Beheer van bomen langs provinciale wegen

Langs provinciale wegen staan zo’n 81.500 individuele bomen en 2250 boomgroepen. De bomen bepalen hoe het landschap eruit ziet. Er huizen allerlei insecten en vogels in en bomen geven schaduw als de zon schijnt. Daarom  zorgen we er voor dat de bomen langs de wegen zo lang mogelijk gezond blijven. Maar ook dat ze geen gevaar vormen voor de omgeving door afvallende takken of zelfs omvallen.

Boomveiligheidscontrole en registratie

We pakken het beheer planmatig aan. Voor bijna elke boom houden we een paspoort bij. Daarin geven we aan hoe het met de gezondheid van de boom is gesteld, welk onderhoud we plegen en wat er al aan onderhoud gedaan is. Daarom inspecteren we de bomen 1 keer per 3 jaar. En als de boom gebreken vertoont doen we dat elk jaar. Als we op het oog twijfelen over de veiligheid van een boom voor de omgeving, zoals bij een spechtengat, dan voeren we nader onderzoek uit.

Snoeien

Snoeien is de belangrijkste onderhoudsmaatregel die we uitvoeren. Via snoeien verwijderen we het dode hout uit de boom. En we halen takken weg die tegen elkaar aan schuren of die concurreren met de hoofdstam. Ook verwijderen we zijtakken, die te dicht boven de weg en het fietspad hangen.. Voor een goede doorrijhoogte moet de weg minimaal 4,5 meter vrij van takken zijn, voor fietspaden is dat 2,5 meter. Omdat takken kunnen doorhangen, snoeien we daarom vaak tot 6 à 8 meter hoog de takken weg.

Soms is het nodig om bomen extreem terug te snoeien (kandalaberen). Daarbij  worden de takken die de vorm van de kroon bepalen ( de zgn gesteltakken) tot de helft teruggesnoeid en alle andere (zij)takken weggehaald. Dit is een laatste redmiddel voor een boom om kappen te voorkomen of op zijn minst uit te stellen.

Ankers, jute en voedingstoffen

Naast het snoeien zetten we meer in om de levensduur van een boom te verlengen:

  • we brengen ankers aan om te voorkomen dat dikke takken afbreken;
  • soms pakken we de stam in met jute om bomen tegen zonnebrand te beschermen;
  • en als een boom slecht groeit door te weinig beschikbare voeding geven we extra voedingsstoffen.

Kappen en herplantplicht

We kappen een boom als die een gevaar oplevert voor de omgeving. Het tijdstip van kappen is altijd buiten het broedseizoen, behalve in een acute noodsituatie, bijvoorbeeld na een storm. Voordat we kappen controleren we altijd of er wellicht een hele vroege vogel al aan het broeden is. Als dat zo is dan blijft de boom staan tot na het broedseizoen

Voor elke boom die we kappen geldt een herplantplicht. Elk najaar planten we daardoor op diverse plaatsen in de provincie weer nieuwe bomen. Daarvoor kiezen we soorten, die van nature in onze provincie voorkomen. Want hoe groter de soortenrijkdom hoe minder kwetsbaar de bomen zijn voor ziekten en plagen of droogte.

Grondstof hergebruik

Het grootste gedeelte van het vrijgekomen hout verkopen we aan de meubelindustrie, woningbouw, of leveren we aan zorginstellingen om bijvoorbeeld nestkastjes van te maken. Het hout en de takken die hiervoor niet geschikt zijn worden gebruikt om spaanplaten van te maken.

Bermen

De bomen langs de wegen staan bijna altijd in de berm. Het onderhoud aan de bermen is daarom minstens zo belangrijk voor de gezondheid van de bomen als het onderhoud aan de boom zelf. De boomwortels halen water en zuurstof uit de berm . We hebben verschillende manieren om de berm te onderhouden. Lees meer hierover op onze site Ecologisch-bermbeheer