Proeftuinen in de Achterhoek

We gaan in de Achterhoek de samenwerking aan met de regio’s en andere partners in concrete projecten, aangeduid als proeftuinen, gericht op de reductie van stikstofemissie en verduurzaming van sectoren.

De gemeenten in de Achterhoek hebben zich georganiseerd via de Achterhoekboard waarin ook ondernemers en onderwijsinstellingen betrokken zijn. Ook in de Achterhoek wordt in het kader van GMS door de regio samengewerkt met de provincie. Graag geven we die samenwerking in de Achterhoek vorm via de onderstaande proeftuinen. De proeftuinen zijn projecten waarbinnen wordt geëxperimenteerd met maatregelen en nieuwe manieren van samenwerking tussen de overheden en andere partners. Het initiatief hiervoor ligt bij de regio’s evenals een nadere geografische afbakening als de aard van de proeftuin dat verlangt. Het gaat altijd om projecten die direct bijdragen aan de doelstellingen binnen GMS.

De Marke

Op het agro-innovatiecentrum De Marke in Hengelo (G) zal een onderzoek worden uitgevoerd gericht op de ontwikkeling van nieuwe monitoringsinstrumenten voor het reduceren van stikstofemissies (ammoniak en nitraat) in de melkveehouderij. Het meten van ammoniakconcentratie in de stal en stikstofoverschotten in het land zullen daar een onderdeel van zijn, evenals relevante managementmaatregelen gericht op emissiereductie. Via de instrumenten kan een melkveehouder waarnemen wat het effect van de dagelijkse bedrijfsvoering is op stikstofemissies. In deze proeftuin worden deze instrumenten ontwikkeld. Samen met leden van Vruchtbare Kringloop Achterhoek wordt praktijkervaring opgedaan met deze instrumenten. Nagegaan zal worden hoe zij zo effectief mogelijk kunnen bijdragen aan reductie van emissie.

De instrumenten moeten voldoende solide en wetenschappelijk gefundeerd zijn om boeren op basis van hun reductieprestaties te kunnen beoordelen en belonen.

Daarnaast zal op De Marke een nieuw stalconcept worden gerealiseerd dat uitgaat van een scheiding tussen urine en mest en zal worden onderzocht welke andere variabelen in de bedrijfsvoering bij dit stalsysteem kunnen bijdragen aan een verdere emissiereductie uit de stal, maar ook bij het aanwenden van de mest uit de stal. Dit stalconcept leidt naar verwachting tot 30% minder ammoniakemissie in de stal.