Het wijzigen van de Omgevingsverordening Gelderland is iets wat jaarlijks gebeurt. Dit is nodig om beleid te kunnen uitvoeren en om regels aan te passen naar de praktijk.
Omgevingsverordening Gelderland 2025-2026
Gedeputeerde Staten hebben de voorgestelde wijzigingen van de Omgevingsverordening Gelderland 2025-2026 op 3 februari 2026 vastgesteld. De voorgestelde wijzigingen gaan over: stikstofreductiegebied (strokenbeleid), ontgrondingen, werelderfgoed, energietransitie en netcongestie, water en bodem, wonen, werklocaties en klimaatadaptatie en natuur (oude bosgroeiplaatsen).
Bij het wijzigingsvoorstel behoren ook de volgende stukken:
Hieronder ziet u een overzicht van de voorgestelde wijzigingen van de Omgevingsverordening Gelderland 2025-2026. We hebben de voorgestelde wijzigingen ingedeeld op thema. Door op het onderwerp te klikken, worden de wijzigingen zichtbaar.
We hebben de juridische teksten van de voorgestelde wijzigingen omgezet in een eenvoudige uitleg hieronder. Dit hebben we gedaan, zodat iedereen de voorgestelde wijzigingen goed kan begrijpen. U kunt geen rechten ontlenen aan deze tekst.
Energietransitie: afstandsnorm windturbines
Afstandsnormen windturbines We stellen voor om een afstandsnorm voor nieuwe windturbines op te nemen in de omgevingsverordening met een aantal uitzonderingen op deze norm. Provinciale Staten hebben hierom gevraagd (2 juli 2025).
Wijziging in artikelnummers Nieuwe artikelen 5.93 en 5.94.
Overgangsrecht Voor windturbines waarvoor de besluitvorming al in voorbereiding is, geldt deze afstandsnorm niet. Dit wordt geregeld in het overgangsrecht.
Wijziging in artikelnummers Artikel 9.7.
Energietransitie: Notitie afstandsnormen windturbines en leefomgeving in Gelderland
Notitie Afstandsnormen Windturbines en leefomgeving in Gelderland De plan-MER windbeleid en RES, die door Gedeputeerde Staten op 8 juli 2025 is vastgesteld, geeft ons milieu-informatie die helpt om een goed onderbouwde afstandsnorm voor windenergie te kiezen in de omgevingsverordening. Reageren kan niet meer; de procedure om zienswijzen in te dienen voor de plan-MER is voorbij. De plan-MER is aangevuld met specifieke informatie voor de afstandsnorm. Deze informatie staat in de Notitie afstandsnormen windturbines en leefomgeving Gelderland. Deze notitie heeft niet eerder ter inzage gelegen. Op deze notitie kan wel gereageerd worden.
Een plan-MER (milieueffectrapportage) is een verplicht onderzoek dat de milieugevolgen in kaart brengt. In de Regionale Energiestrategie (RES) spreken regio's onder andere af hoe en waar ze duurzame energie opwekken.
Energietransitie: kleine opwekmogelijkheden en participatie
Energie opwekken voor eigen gebruik We stellen voor regels op te nemen voor wanneer een gemeente een klein zonnepark of erfmolen voor eigen gebruik mag toestaan om energie op te wekken voor eigen gebruik. Bij een erfmolen gaat verplichting gelden om de erfmolen op bepaalde momenten stil te zetten om soorten te beschermen als een initiatiefnemer geen ecologisch onderzoek wil uitvoeren.
Wijziging in artikelnummers Nieuwe artikelen 5.96 en 5.97, wijziging in artikel 5.86.
Participatie bij aanleg wind- of zonnepark In de nieuwe Energiewet is opgenomen dat provincies in de omgevingsverordening een motiveringsplicht kunnen opnemen voor het streven naar 50% lokaal eigendom bij hernieuwbare energieprojecten. Voor zon was die verplichting al opgenomen. De verplichting is nu ook opgenomen voor de opwek van windenergie. Daarnaast hebben we voor alle duurzame opwekprojecten een beleidsregel voor lokaal eigendom en participatie die in 2025 is vastgesteld.
Wijziging in artikelnummers Artikel 5.90b wordt artikel 5.95.
Overgangsrecht We stellen voor om het overgangsrecht voor de aanleg van zonneparken te laten vervallen, omdat dit inmiddels is uitgewerkt.
Wijziging in artikelnummers Artikel 9.7.
Energietransitie: netbewust prioriteren
Regionaal programma 'Netbewust prioriteren' We stellen het regionale programma ‘Netbewust prioriteren’ voor. De vraag naar elektriciteit in Gelderland blijft naar verwachting groot. Met een regionaal programma kunnen gemeenten onderling afspraken maken welke nieuwe ontwikkelingen voorrang krijgen als er schaarste is op het net, bijvoorbeeld voor woningbouw. De provincie biedt hiermee een stok achter de deur voor als gemeenten er onderling niet uitkomen. Zo kunnen gemeenten samen sturen op wat voorrang moet krijgen tot het net is uitgebreid.
Wijziging in artikelnummers Nieuwe artikelen 5.101 en 5.102. Artikel 6.19 is gewijzigd.
Energietransitie: netbewuste woningbouw
Instructieregel netcongestie We stellen voor in de omgevingsverordening nog een instructieregel op te nemen in verband met netcongestie. Deze regel verplicht gemeenten in hun omgevingsplan een netbudget op te nemen voor nieuwe woningbouwprojecten. Zo wordt piekbelasting op het elektriciteitsnet voorkomen. De gemeente stelt het behalen van dit netbudget als voorwaarde voor nieuwbouwprojecten.
Wijziging in artikelnummers Nieuwe artikelen 5.98, 5.99 en 5.100
Wijziging in bijlagen Nieuwe bijlage Netbewuste woningbouw
Klimaatadaptatie
Instructieregel verplichte risicoanalyse We stellen voor om de instructieregel over klimaatverandering aan te scherpen met een verplichte risicoanalyse. Nu wordt voor een nieuwe activiteit of ontwikkeling in een omgevingsplan alleen uitgelegd welke risico’s er zijn door klimaatverandering. In de risicoanalyse is ook aandacht voor natuurbrand en bodemdaling. En als dat nodig is, staan er ook maatregelen in.
Wijziging in artikelnummers Artikel 5.85.
Natuur (oude bosgroeiplaatsen)
Beschermingsregels oude bosgroeiplaatsen We stellen voor de beschermingsregels van oude bosgroeiplaatsen aan te passen. Een gemeente kan zelf beslissen of een nieuwe ontwikkeling met een belang voor de samenleving toch kan doorgaan, ook als op die locatie een oude bosgroeiplaats ligt.
Wijziging in artikelnummers Artikel 7.27.
Wijziging op de kaart 'Oude bosgroeiplaatsen' We stellen ook voor om de kaart van oude bosgroeiplaatsen op enkele locaties te wijzigen. Dit doen we op basis van beoordelingen van verzoeken om deze kaart aan te passen.
Wijziging op de kaart Kaart 'Oude bosgroeiplaatsen'
Ontgrondingen
Ontgrondingsactiviteit We stellen voor de regels voor ontgrondingen aan te verduidelijken om voorgenomen activiteiten in samenhang te kunnen beoordelen.
Wijziging in artikelnummers Artikel 4.62.
Sanering We stellen voor dat bij een bodemsanering geen aparte ontgrondingenvergunning meer nodig is.
Wijziging in artikelnummers Artikel 4.64.
Watergangen We stellen voor dat een melding ook verplicht is als een waterbeheerder binnen bepaalde grenzen een watergang (bijvoorbeeld een sloot of beek) aanlegt of verandert.
Wijziging in artikelnummers Artikel 4.65
Termijn melding ontgrondingsactiviteit We stellen voor om duidelijk te bepalen dat een ontgronding tijdig wordt gemeld.
Wijziging in artikelnummers Artikel 7.18a.
Stikstofreductiegebied
In en rondom Natura 2000-gebieden We stellen voor om nieuwe regels en beperkingen in te voeren. Deze zijn nodig om de uitstoot van stikstof te verminderen in en rondom kwetsbare en overbelaste Natura 2000-gebieden. Daardoor kan de natuur herstellen en kunnen we sneller weer vergunningen verlenen. De regels gaan onder andere over stookinstallaties, minder gasverbruik bij bedrijven, het gebruik van kunstmest en het moderniseren van stallen.
Wijziging in artikelnummers Nieuw artikel 4a.1
Stikstof: bedrijven en maatschappelijke functies
Verbranden van brandstoffen in bedrijven We stellen voor om de uitstoot van stikstof door het verbranden van gas en andere brandstoffen in bedrijven te verminderen.
Wijziging in artikelnummers Nieuwe artikelen 4a.2 en 4a.3.
Stikstof: agrarische sector
Nieuw veehouderijen We stellen voor om te voorkomen dat het aantal landbouwdieren binnen het stikstofreductiegebied toeneemt. Daarmee voorkomen we ook extra uitstoot van stikstof. Dit verbod geldt voor nieuwe veehouderijen die zich in het gebied willen vestigen. Het is wél toegestaan om een veehouderij of een gemengd bedrijf met een veehouderijtak opnieuw in het stikstofreductiegebied te vestigen (hervestiging).
Wijziging in artikelnummers Nieuw artikel 4a.4
Niet-grondgebonden veehouderijen We stellen voor om te voorkomen dat het aantal landbouwdieren in het stikstofreductiegebied toeneemt. Daarmee voorkomen we ook extra uitstoot van stikstof. Het verbod op uitbreiding geldt voor alle niet‑grondgebonden veehouderijen, zowel gemengd als ongemengd. Met ‘uitbreiding’ bedoelen we het vergroten van de agrarische bebouwing.
Wijziging in artikelnummers Nieuw artikel 4a.5
Tijdelijke regels We nemen de verboden uit de artikelen 4a.4 en 4a.5 tijdelijk op in de omgevingsverordening als regels die direct gelden. Hierdoor blijft het verbod dat geldt sinds 23 april 2025 gewoon van kracht (op die datum trad het voorbereidingsbesluit in werking, Provinciaal blad 2025 nr. 6530). Het doel van dit artikel is dat deze verboden later alsnog worden opgenomen in het omgevingsplan. We gebruikten deze aanpak eerder bij het geitenmoratorium (zie artikel 5.83).
Wijziging in artikelnummers Nieuw artikel 5.83a
Stikstof uit stallen We stellen voor om de uitstoot van stikstof uit stallen binnen het stikstofreductiegebied te verminderen. Alle veehouderijbedrijven in dit gebied moeten hun uitstoot duidelijk verminderen in vergelijking met een ‘traditionele’ stal zonder luchtwassers. Dit kan op verschillende manieren:
door de stal aan te passen,
door extra technieken toe te passen,
of door het aantal dieren te verminderen.
Veehouders hebben tot 1 januari 2035 de tijd om aan deze regel te voldoen. Kijk voor meer informatie in het Rekenvoorbeeld en de Tabel Stalmodernisering.
Wijziging in artikelnummers Nieuw artikelnummer 4a.6
Uitzonderingen *(melk)*veehouders We stellen voor dat *(melk)*veehouders binnen het stikstofreductiegebied zich niet aan deze verplichtingen hoeven te houden, wanneer zij hun bedrijfsvoering op andere, betrouwbare manieren richten op het verminderen van de stikstofuitstoot. Het gaat bijvoorbeeld om:
biologische bedrijven,
bedrijven met minder dan 1,5 GVE per hectare,
bedrijven die minstens 20% agrarisch natuurbeheer uitvoeren,
of bedrijven met minstens 3020 uur weidegang per jaar.
GVE betekent Grootvee-eenheid. Dit is een rekenmaat die gebruikt wordt om verschillende diersoorten met elkaar te vergelijken op basis van hun gemiddelde gewicht en voerbehoefte.
Wijziging in artikelnummers Nieuw artikel 4a.7
Verbod stikstofkunstmest We stellen voor om vanaf 1 januari 2030 een verbod in te voeren op het gebruiken van stikstofkunstmest op of in de bodem binnen het stikstofreductiegebied. Het verbod geldt niet voor particulier gebruik op gronden die niet bedrijfsmatig worden gebruikt, zoals tuinen bij woningen.
Wijziging in artikelnummers Nieuw artikelnummer 4a.8
Behoud van grasland We stellen dit verbod (scheurverbod) voor, zodat het bestaande grasland binnen het stikstofreductiegebied behouden blijft. Daardoor voorkomen we dat nitraat via regen in het grond- en oppervlaktewater terechtkomt (dat de uitstoot van ammoniak verandert in uitspoeling van nitraat).
Wijziging in artikelnummers Nieuw artikel 4a.9
Stikstof: mobiliteit
Uitstootvrije mobiele werktuigen We stellen voor om bedrijven en overheden te verplichten om binnen het stikstofreductiegebied te werken met uitstootvrije mobiele werktuigen.
Voor bedrijven geldt deze verplichting vanaf 1 januari 2035.
Voor overheden geldt deze verplichting al vanaf 1 januari 2028.
Bij mobiele werktuigen gaat het onder andere om bouwkranen, shovels, graafmachines, aggregaten, hoogwerkers, heftrucks en maaimachines. Het geldt ook voor kleiner materieel, zoals bladblazers. De verplichting geldt niet voor particulieren en niet voor hobbymatig gebruik, bijvoorbeeld binnen een vereniging.
Wijziging in artikelnummers Nieuw artikel 4a.10
Milieueffectrapportage stikstofstroken
We hebben onderzoek gedaan naar de stikstofregels. De resultaten staan in het milieueffectrapport. De belangrijkste vraag in het onderzoek was wat het betekent als de regels ingaan in 2030 of pas in 2035. We hebben dus onderzocht welke effecten beide startjaren hebben.
Water en bodem
Masterplan bodemenergiesysteem We stellen voor regels toe te voegen over het maken van een masterplan bodemenergie door Gedeputeerde Staten. Dit masterplan is nodig als bodemenergiesystemen elkaar in de weg zitten. Dat heet interferentie. Energie kan namelijk in de bodem worden opgeslagen. Het is dan belangrijk om vraag en beschikbare ruimte goed op elkaar af te stemmen.
Wijziging in artikelnummers Nieuw artikel 7.16b.
Werelderfgoed
We stellen voor om in onze omgevingsverordening de regels voor het werelderfgoed Neder-Germaanse Limes en de Hollandse Waterlinies aan te passen. Dit doen we omdat het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) onlangs is gewijzigd. De wijziging maakt het mogelijk om in bijzondere gevallen een beperkte ontheffing te geven. Daarmee kunnen we bepaalde activiteiten toch toestaan, ook als deze een kernkwaliteit aantasten, maar alleen wanneer die activiteiten bijdragen aan het behoud of versterken van de uitzonderlijke universele waarde van het werelderfgoed. Daarnaast stellen we voor om ook de aangepaste beschrijvingen van de kernkwaliteiten van beide werelderfgoederen over te nemen in de omgevingsverordening.
Wijziging in artikelnummers Artikel 5.2.
Wijziging in bijlagen Wijziging in Bijlage kernkwaliteiten Hollandse waterlinies en Bijlage kernkwaliteiten Neder-Germaanse limes.
Werklocaties
Regionaal programma werklocaties We stellen voor om op te nemen dat het huidige regionaal programma werklocaties blijft gelden totdat er een nieuw programma is. Dit geeft duidelijkheid als de vaststelling van een nieuw, actueel programma niet op tijd klaar is.
Wijziging in artikelsgewijze toelichting Bij artikel 5.68.
Wijziging inhoud regionaal programma werklocaties We stellen voor om de voorwaarden voor de inhoud van een regionaal programma werklocaties uit te breiden. We willen met gemeenten afspraken maken over bestaande en nieuwe bedrijventerreinen (werklocaties). Dat is belangrijk omdat we zuinig zijn met de beschikbare ruimte, ook met het oog op andere maatschappelijke behoeften zoals woningbouw. Doel van de regels is ook dat het juiste bedrijf op de juiste plek komt.
Wijziging in artikelnummers Artikel 5.69.
Wijziging beschermen en compensatie capaciteit bedrijventerreinen We stellen ook voor om regels op te nemen voor de bescherming en compensatie van de capaciteit van bedrijventerreinen. De ruimte en milieugebruiksruimte van bedrijven kunnen namelijk op verschillende manieren onder druk komen te staan, bijvoorbeeld als een verouderd bedrijventerrein geheel of gedeeltelijk wordt ingericht als woonwijk of kantorenpark.
Wijziging in artikelnummers Nieuw artikel 5.71a.
Wonen: woningbouwregio's
Indeling in woningbouwregio's We stellen voor om duidelijk te maken dat we de regionale afspraken over wonen (woondeals) maken per woningbouwregio. Deze woningbouwregio’s geven we nu ook aan op een kaart. Alle gemeenten in Gelderland worden ingedeeld in een woningbouwregio. Hiermee sluiten we aan bij het wetsvoorstel Versterking regie volkshuisvesting. De huidige regio-indeling blijft hetzelfde.
Wijziging in artikelnummers Nieuw artikel 5.62a, in artikel 5.63 en 5.64 aanpassing van termen.
Wijziging op de kaart Woningbouwregio's toegevoegd op de kaart.
Bij het wijzigingsvoorstel horen ook de volgende stukken:
Beide documenten kunt u lezen door erop te klikken.
Waar kunt u de wijzigingen vinden?
U kunt de omgevingsverordening en de voorgestelde wijzigingen op verschillende manieren bekijken:
Het landelijk Omgevingsloket: Als een wijziging wordt voorgesteld, staat een uitroepteken na het artikel. Dit kan in tekst zijn, maar ook een wijziging van de kaart. Link naar regels op de kaart: uitroepteken staat na het artikel. Helaas geeft het systeem ook een uitroepteken aan bij noodzakelijke administratieve aanpassingen. Deze hebben niets met de voorgestelde wijzigingen te maken.
Het Provinciaal blad. De wijzigingen in de tekst van de omgevingsverordening staan ook in het Provinciaal blad. Toegevoegde teksten zijn onderstreept en groen gemarkeerd of hebben een groen kader. Verwijderde teksten zijn doorgestreept en rood gemarkeerd of hebben een rood kader. Bij de kaarten staat in de toelichting op elke wijziging wat er verandert ten opzichte van de oude situatie. De kaarten geven de nieuwe situatie weer. In het Provinciaal blad staan alleen de artikelen en kaarten waar een wijziging wordt voorgesteld en niet de rest van de omgevingsverordening.
Een toelichting op de wijzigingen staat in het Provinciaal blad. Hier staat per wijziging meer informatie over de achtergrond van de wijzigingen en de participatie.
Vragenuurtjes
Op 24 en 26 februari 2026 organiseren we 3 digitale vragenuurtjes. Deze sessies kunnen u helpen als u een zienswijze wilt indienen. Tijdens het vragenuurtje beantwoorden wij de binnengekomen vragen. Daarnaast leggen we uit hoe het proces van een zienswijze verloopt. U moet zich van tevoren aanmelden voor het vragenuurtje.
Vragenuurtjes 24 februari 15.00 tot 16.30 uur of 19.00 tot 20.30 uur Speciaal voor vragen over stikstof (strokenbeleid en plan-MER).
Vragenuurtje 26 februari 19.00 tot 20.30 uur Voor vragen over ontgrondingen, werelderfgoed, energietransitie en netcongestie, water en bodem, wonen, werklocaties, klimaatadaptatie en natuur (oude bosgroeiplaatsen) en de Notitie Afstandsnorm Windturbines en leefomgeving in Gelderland.
Hoe kunt u reageren op de voorgestelde wijzigingen (een zienswijze indienen)?
Vanaf 12 februari tot en met 25 maart 2026 kunt u met een zienswijze reageren. Dat kan digitaal, schriftelijk of mondeling. Digitaal via de website heeft onze voorkeur. Uw zienswijze staat dan meteen goed in het systeem en u ontvangt direct een ontvangstbevestiging. ·
Mail naar post@gelderland.nl o.v.v. Wijziging Omgevingsverordening Gelderland 2025-2026, zaaknummer 2026-000561.
Schriftelijk naar College van Gedeputeerde Staten van Gelderland, Postbus 9090, 6800 GX Arnhem, o.v.v. Wijziging Omgevingsverordening Gelderland 2025-2026, zaaknummer 2026-000561.
Mondeling. Hiervoor maakt u een afspraak via het Provincieloket, 026 359 99 99 (op werkdagen van 8.30 tot 16.30 uur)
De binnengekomen zienswijzen verwerken we in een reactienota. Alle indieners ontvangen deze nota en kunnen hierin lezen of hun reactie heeft geleid tot een aanpassing in het definitieve plan voor het wijzigen van de omgevingsverordening. Gedeputeerde Staten biedt de omgevingsverordening na de zomer 2026 voor besluitvorming aan Provinciale Staten aan.
Meer informatie
Voor vragen en meer informatie neemt u op werkdagen van 8.30 tot 16.30 uur contact op met het Provincieloket.