Achtergrond railterminal

Het rivierengebied in Gelderland, tussen Gorinchem en Nijmegen, is dé verbinding voor goederenvervoer van Rotterdam naar Duitsland en Italië (Genua).
Achtergrond railterminal

Via deze Gelderse Corridor rijden per jaar duizenden vrachtwagens via de A15 Duitsland in en veel schepen transporteren goederen over de Waal. Ook de North Sea Baltic Corridor is een belangrijke railverbinding voor de Betuweroute. Voor het beter benutten van de Betuweroute richt Provincie Gelderland zich op de ontwikkeling van de Railterminal Gelderland (RTG) bij Valburg.

 

Railterminal Gelderland levert bijdrage aan CO2-reductie

Goederenvervoer over het spoor is milieuvriendelijker dan over de weg. Hiermee leveren we een bijdrage aan de CO2-reductie uit de klimaatdoelen van Parijs en sluiten we direct aan bij Europees beleid.

Onderzoeksbureau Panteia heeft voor een groot aantal herkomst-en bestemmingscombinaties ingeschat wat de gemiddelde besparing is (PDF 3 MB): 67% op de CO2-uitstoot die nu met het verkeer over de weg gemoeid gaat. Als de terminal doorgroeit naar haar maximale capaciteit van 90.000 laadeenheden per jaar, verwachten wij een reductie van 50 kiloton per jaar. Dit is substantieel te noemen. Het totale goederenvervoer over de weg in Gelderland is goed voor 929 kiloton. In totaal kan met de Railterminal Gelderland dus 5% van CO2-uitstoot van het goederenwegvervoer in Gelderland worden bespaard doordat voor vervoer per trein minder fossiele brandstof nodig is. Dit betekent dat er ook minder stikstof en milieuverontreinigende stoffen worden uitgestoten dan met vervoer over de weg.

Duurzame investering in de toekomst

De Railterminal Gelderland is een investering in de toekomst. Met de drukte op de weg, het invoeren van een kilometerheffing voor vrachtwagens en de afname van het aantal chauffeurs, is goederenvervoer over het spoor een belangrijk alternatief. Ook op de railterminal zelf is duurzaamheid een belangrijk thema. De kranen worden elektrisch aangedreven en de treinen komen ‘zeilend’ binnen (op hun eigen uitrolsnelheid zodat er geen diesellocomotieven nodig zijn om de treinen de railterminal op te trekken). Tot slot maakt de komst van de railterminal de provincie nog aantrekkelijker voor de vestiging van nieuwe (Europese) bedrijven en uitbreiding van bestaande bedrijven. Dat is goed voor de werkgelegenheid in heel Gelderland.

Veelgestelde vragen

Gelegen tussen de Randstad en het Ruhrgebied en aansluitend op de transportassen Waal, A15 en Betuweroute, zal de Railterminal Gelderland een schakelfunctie vervullen. Met de railterminal realiseren we een overslagpunt voor het overslaan van laadeenheden (containers, maar ook hijsbare trailers of wissellaadbakken) van weg naar spoor en vice versa. Nederland kent een aantal binnenlandse terminals. Deze richten zich primair op maritieme lading van en naar de Rotterdamse haven. Slechts enkele terminals bieden vervoer over spoor aan.

De Railterminal Gelderland zal zich hoofdzakelijk richten op het bijladen van lading op de treinen tussen Rotterdam en het Europese achterland. Met dit 'opstartmodel’ kunnen met lage volumes directe verbindingen worden aangegaan met de havens van Rotterdam en Genua en met belangrijke spoorknooppunten zoals Duisburg. Deze bieden de mogelijkheid om extra bestemmingen te bedienen en extra volume aan te trekken.

De Betuweroute is alléén aangelegd voor het vervoer van goederen van en naar Rotterdam, op dit moment  is er geen mogelijkheid om lading uit de regio op treinen te laden. Bij Valburg ligt aan de Betuweroute het zogenaamde Container Uitwissel Punt (CUP) voor containertreinen. Voor de aanleg van de RTG is dit de beste plek in Gelderland langs de Betuweroute, hier liggen al de nodige voorzieningen (negen rangeersporen). Dat bespaart kosten en het ruimtebeslag is hierdoor relatief beperkt. Door deze plek te kiezen, is de Betuweroute niet alleen een doorgaand lint door de provincie, maar kunnen we er ook economisch van profiteren. Een andere locatie aan de Betuweroute richting het westen, bijvoorbeeld in Tiel, is minder interessant. Door de ligging dichter bij Rotterdam is er minder potentie voor lading.

De provincie werkt met ProRail (beheerder van spoor en Container Uitwissel Punt) en de gemeente Overbetuwe aan een ontwerp voor de railterminal. De terminal is feitelijk een langgerekt platform waarop containers op treinen en vrachtwagens worden gelost en geladen. Dit gebeurt met grote heftrucks (reachstackers) en een kraan die over een railbaan beweegt.

Op de terminal zelf

Op de Railterminal Gelderland mogen twee kranen komen die de containers van en op de trein op de vrachtwagen kunnen hijsen. Deze kranen worden elektrisch aangedreven en bewegen heen en weer over de rails. In plaats van kranen kan ook worden gewerkt met zogenaamde reachstackers die op diesel rijden, om containers op trein of vrachtwagen te laden. Dit gebeurt bij lagere aantallen containers, de investeringskosten voor kranen zijn dan te groot. De containers mogen maximaal 10,5 meter hoog worden gestapeld, dit zijn maximaal vier containers. Ook als er kranen worden gebruikt, zullen op het terrein reachstackers rijden die containers kunnen tillen. Er kunnen per jaar maximaal 90.000 laadeenheden (containers, wisselbakken of hijsbare laadbakken) worden overgeslagen. Dit betekent dat er ongeveer 350 vrachtwagenritten per dag plaatsvinden van en naar de railterminal. Voor vrachtwagens komt er een parkeerplaats.

Toegangsweg

Voor de railterminal leggen we een aparte toegangsweg aan. Er komt een nieuwe openbare weg ten noorden van de Betuweroute. Deze weg die parallel aan het spoor loopt, wordt ook de doorgaande route naar Valburg. De nieuwe weg sluit bij de kruising Reethsestraat aan op de Rijksweg Zuid. Om doorstroming en veiligheid van de verschillende verkeersstromen te garanderen, passen we de kruising aan. Gevolg van de nieuwe toegangsweg is dat de Reethsestraat een autoluw karakter krijgt. Bij de toegang tot de terminal hoeven fietsers en vrachtverkeer elkaar niet te kruisen. De kruising met de Reethsestraat krijgt verkeerslichten die de doorstroming regelen. Bij een aanbod van circa 350 extra vrachtwagenritten van en naar de terminal per dag, verwachten we daarbij geen knelpunten.

Groenzone

Voor een goede inpassing van weg en terminal leggen we over de hele lengte van de railterminal en toegangsweg een robuuste groenzone met een vijf meter hoge grondwal aan. Deze sluit aan bij het landschap en beperkt de beleving van de bedrijfsactiviteiten en het bestemmingsverkeer. Deze inpassing is ontleend aan het eerder met vele partijen doorlopen gebiedsproces Knoop 38. Waar de wal moet worden onderbroken in verband met kruisende leidingen, plaatsen we zichtschermen. 

Rond afslag 38 van de A15 gebeurt veel. De A15 en de Betuweroute worden steeds drukker, er is een windmolenpark en er zijn plannen voor meer windmolens. De provincie is van plan hier de Railterminal Gelderland aan te leggen en bedrijventerrein Park15 groeit verder. Deze ontwikkelingen hebben gevolgen voor het gebied tussen Ressen, Elst, Valburg, Slijk-Ewijk, Oosterhout en Nijmegen.

Bundeling projecten en initiatieven: Knoop 38

Reden voor de provincie Gelderland en de gemeenten Overbetuwe en Nijmegen om deze ontwikkelingen in samenhang op te pakken. Welke knelpunten zijn er, hoe kunnen we die het beste oplossen met oog voor alle, soms tegenstrijdige belangen? En hoe kunnen we zorgen dat de diverse projecten waar mogelijk ook van elkaar kunnen profiteren? Hoe stemmen we de bouwwerkzaamheden zo goed mogelijk op elkaar af? De bundeling aan projecten en initiatieven noemen we Knoop38, verwijzend naar de afslag in de A15.

Voor de diverse projecten gelden verschillende looptijden, bijvoorbeeld vanwege verschillen in complexiteit en beschikbare financiering. Bewoners en andere belanghebbenden worden per project op verschillende manieren betrokken. Provincie Gelderland is verantwoordelijk voor de planvorming van de Railterminal Gelderland. Verder verzorgt zij de ontsluiting en de landschappelijke inpassing: de aanleg van grondwallen en een toegangsweg, de aanpassing van de het kruispunt Rijksweg Zuid, de aansluiting met de Betuweroute en het bouwrijp maken van het terminalterrein. De aansluiting op de Betuweroute wordt gefinancierd door het rijk. Een marktpartij (exploitant) zal de railterminal aanleggen en vervolgens exploiteren. We verwachten dat de railterminal in 2025 in gebruik kan worden genomen.

Gebiedsproces Knoop 38

Met verschillende partijen uit het gebied is het gebiedsproces Knoop 38 doorlopen. Uit dit gebiedsproces is een pakket maatregelen naar voren gekomen. Doel was om de ontwikkeling van Railterminal Gelderland te plaatsen in relatie met de andere ontwikkelingen in het gebied. De maatregelen uit het gebiedsproces dragen bij aan het versterken van de kwaliteit van leven en de omgeving voor de bewoners van het gebied. 

Maatregelen voor omgeving

  • Provincie Gelderland en gemeente Overbetuwe hebben een overeenkomst voor de Railterminal Gelderland en het omliggende gebied. Hierin is onder andere afgesproken dat de provincie 4,5 miljoen beschikbaar stelt voor gebiedsmaatregelen. Samen met haar inwoners bepaalt de gemeente welke gebiedsmaatregelen worden uitgevoerd.
  • Bewoners die vlakbij de Railterminal Gelderland wonen, kunnen gebruikmaken van het aanbod om de waardevermindering (planschade) van hun woning te laten bepalen, voordat het inpassingsplan is vastgesteld. Zij krijgen in dit aanbod ook de eerste 2% waardevermindering vergoed die normaal onder het eigen risico valt. Gemeente Overbetuwe is in het verlengde hiervan bezig met een aankoopregeling voor woningen.
  • De gemeenten Overbetuwe en Nijmegen werken samen met het Rijk en de provincie aan een oplossing voor toekomstige verkeersproblemen veroorzaakt door het groeiende verkeer rond afslag 38 van de A15. Hiervoor hebben de gemeenten, de provincie en het Rijk een bedrag gereserveerd. Dit is echter nog niet voldoende om de oplossing te realiseren.

We zorgen er uiteraard voor dat de nadelige effecten van de railterminal binnen de wettelijke grenzen blijven. Daar waar nodig nemen we extra maatregelen. Toch zijn gevolgen voor omwonenden niet helemaal te voorkomen. Zo steken de kranen en lichtmasten vanuit bepaalde posities boven de begroeiing van de grondwallen uit. En ook het geluid van de vrachtwagens en bijvoorbeeld de kranen is in zekere mate hoorbaar. In het inpassingsplan toetsen we of dit is toegestaan binnen de wettelijke grenzen. Daarvoor is grondig onderzoek verricht, bijvoorbeeld op het gebied van licht en geluid. Alle onderzoeken worden met het ontwerp-inpassingsplan medio 2020 ter inzage gelegd. Na vaststelling van het inpassingsplan moet de toekomstige exploitant ook nog een omgevingsvergunning aanvragen, waarin specifieke voorwaarden voor de bedrijfsvoering worden vastgelegd. 

Wat zijn aandachtspunten?

Klik hier voor een overzicht van de belangrijkste effecten. 

Verkeer

De railterminal zorgt per dag voor ca. 350 vrachtwagenritten van en naar de terminal. Ter vergelijking: op bedrijventerrein Park15 zijn 15.000 ritten per dag. Door ontwikkelingen van bedrijventerreinen en woningbouw in de Waalsprong verdubbelt in de toekomst het verkeersaanbod rond afslag 38 van de A15. De provincie en gemeenten Overbetuwe en Nijmegen maken samen met het Rijk afspraken hoe ze het verkeer in de toekomst in goede banen kunnen leiden.

Geluid

Het onderzoek voor geluid laat zien dat nergens de maximale geluidsnorm overschreden wordt. Toch nemen we maatregelen, zoals de aanleg van grondwallen. We streven naar het elektrisch maken van zoveel mogelijk materieel op de railterminal, omdat dit bijdraagt aan duurzaamheid. Ook wordt zo de omgeving zo min mogelijk belast. Zo is het de bedoeling dat de treinen ‘zeilend’ binnenkomen op de railterminal. Dit betekent dat de elektrische treinen op eigen energie de terminal oprijden en met de elektrische bovenleiding weer vanaf de terminal kunnen wegrijden. Diesellocomotieven zijn dan grotendeels overbodig.

Zicht

Het realiseren van de railterminal heeft een effect op het landschap en daarmee ook op het uitzicht. Zo zijn kranen en lichtmasten zichtbaar. Met het plaatsen van grondwallen en bomenhagen passen we deze zo goed mogelijk in het landschap in of schermen we deze af. Hiervoor is een landschapsplan gemaakt dat onderdeel uitmaakt van het ontwerp-inpassingsplan. 

Milieu – stikstof

Op 12 november 2019 besloten Gedeputeerde Staten de procedure van de milieueffectrapportage (m.e.r.) te doorlopen voor de RTG. De RTG zorgt namelijk voor een geringe stikstofneerslag op natuurgebieden in de buurt. Door het vervallen van het Programma Aanpak Stikstof (PAS) moeten wij de effecten van deze stikstofneerslag beoordelen in een zogenaamde ‘passende beoordeling’. Bij een passende beoordeling moeten we een m.e.r.-procedure doorlopen. Het milieueffectrapport dat we hiervoor opstellen, nemen Gedeputeerde Staten samen met de passende beoordeling mee in de besluitvorming over het inpassingsplan. Voor dit milieueffectrapport nemen we de milieueffectenstudie die we in 2017 maakten als basis. 

Onafhankelijk adviesbureau SOAZ heeft onderzoek gedaan naar woningen die mogelijk in aanmerking komen voor een vergoeding van planschade vanwege de aanleg van de Railterminal Gelderland. 16 adressen hebben in maart 2020 een concept-advies voor een vergoeding van planschade ontvangen.

Veertig adressen namen deel aan het onderzoek. Dit bestond uit een bijeenkomst waar vragen werden gesteld en een taxatie. Alle veertig deelnemers hebben een concept-advies gekregen. Zestien adressen daarvan ontvingen een concept-advies voor een vergoeding van planschade. Pas als het inpassingsplan RTG wordt vastgesteld, volgt er een definitief aanbod. 

Relevante documenten:

Aankoopregeling gemeente Overbetuwe

Woningeigenaren wiens woning aantoonbaar minder waard wordt door de komst van de Railterminal Gelderland en die uit het gebied willen vertrekken, kunnen hun woning straks onder voorwaarden verkopen aan de gemeente. Het college van Burgemeester en Wethouders heeft deze week een voorstel voor een aankoopregeling voorgelegd aan de gemeenteraad van Overbetuwe, met daarin de voorwaarden om hiervoor in aanmerking te komen. De gemeenteraad van Overbetuwe besluit uiteindelijk over de aankoopregeling.

De regeling die het college van B&W nu voorstelt, houdt in dat inwoners die in aanmerking komen voor de provinciale planschaderegeling (zie hierboven), hun woning ook kunnen verkopen aan de gemeente. Een van de voorwaarden is dat de woning minstens een jaar te koop heeft gestaan voor een reguliere marktprijs en onverkoopbaar is gebleken. De gemeente wil geen eigenaar blijven van de woningen, en zal deze daarom na aankoop weer verkopen. Eventuele winst of verlies is dan voor rekening van de gemeente. 

Het college stelt voor € 4 miljoen te reserveren voor de aankoopregeling.