Het huishoudboek op orde: 8 vragen en antwoorden

Gedeputeerde Staten verdeelden de vaste uitgaven van de Provincie opnieuw. Alle beleidsvelden hebben nu een plek in de vaste begroting.
Het huishoudboek op orde: 8 vragen en antwoorden
Gepubliceerd op: 14-oktober-2022

Tegelijkertijd moet de broekriem worden aangetrokken. 8 vragen aan gedeputeerde Financiën Jan Markink over kiezen voor een duurzame toekomst.

Waarom heeft de provincie het geld opnieuw verdeeld? 

Een deel van onze jaarlijkse uitgaven dekten we met het rendement op ons spaargeld. Dat is op lange termijn niet houdbaar. Het spaargeld rendeert de laatste jaren minder dan eerder. En we merkten dat er voor de komende jaren al meer geld was toegezegd dan er beschikbaar zou komen. Dat wilden we oplossen en in de toekomst voorkomen. We hebben daarom de structurele inkomsten opnieuw verdeeld: €528 miljoen per jaar. Daarnaast spraken we af dat we vanaf nu dat onderscheid tussen structurele (jaarlijkse) en incidentele (eenmalige) inkomsten en uitgaven scherp houden. Daarmee borgen we voor de komende tijd wat we als provincie écht moeten doen.

Waarom krijgt het ene beleidsveld er meer bij dan het andere? 

Geen enkel beleidsveld krijgt er in totaal geld bij. De komende tijd gaat het overal pijn doen. Sommige taken waren alleen beter opgenomen in de vaste begroting dan andere. Een onderzoek waarin we onze inkomsten en uitgaven lieten vergelijken met andere provincies bevestigde bijvoorbeeld dat we voor Water en Gezonde Leefomgeving te veel op incidenteel geld leunden. Een taak als Wonen is relatief nieuw en was nog weinig opgenomen in de vaste begroting. We namen nu de basis van alle beleidsvelden erin op. Zo zorgen we ervoor dat we, dat wat we de komende grofweg 10 jaar moeten doen, ook daadwerkelijk kunnen doen.

Waarom moet de broekriem aangetrokken worden als het geld alleen anders verdeeld wordt?

Dat komt doordat we veel minder incidenteel geld hebben dan eerder. Naast de vaste verdeelde middelen, is er naar schatting €210 miljoen voor 4 jaar aan dividend en rente. Dat is 52 miljoen per jaar. Afgelopen jaren was er gemiddeld €250 miljoen per jaar aan incidenteel geld. Grofweg is er dus zo’n €200 miljoen per jaar minder te verdelen. Dat maakt het lastig, want we verwachten de komende jaren niet minder uit te geven. Nou komt er extra geld van het Rijk voor stikstof en hebben we veel geld op de plank voor plannen die al besluiten zijn. Maar al dat geld is geoormerkt en kunnen we niet zelf verdelen.

Hoezo minder geld?! De provincie heeft miljarden op de bank.

Ja, Gelderland heeft spaargeld. Maar daar wil je niet je vaste lasten van betalen. In plaats daarvan renderen we het spaargeld en geven we de opbrengst uit. Eerder leverde het stamkapitaal alleen veel meer rendement op dan nu. 4% rente op €4 miljard, of 0% rente op inmiddels €2,5 miljard. Dat scheelt €160 miljoen per jaar. De rente-inkomsten uit het verleden halen we voorlopig in ieder geval niet meer. Tegenwoordig moeten we schatkistbankieren én ons geld bij het Rijk stallen voor veel minder of zelfs geen rente. Ook nam de omvang van het stamkapitaal af de afgelopen periodes, en dus ook de renteopbrengst ervan.

Moet er dan bezuinigd worden?

Ja, helaas wel. De herverdeling van de vaste begroting was een eerste stap. Daaruit volgen de eerste concrete bezuinigingen. We steunen niet langer organisaties of langjarige regelingen meer met incidenteel geld. Dat heeft bijvoorbeeld gevolgen bij cultuur, toerisme en sport. De komende maanden komt er meer duidelijkheid over de bezuinigingen. Daarna is het aan de politiek. In maart 2023 zijn er verkiezingen en de volgende coalitie gaat over de verdeling van het incidentele geld. Daar komen ook weer gevolgen uit. Economie is bijvoorbeeld nu voor een kwart van de totale uitgaven opgenomen in de vaste begroting vanaf 2024. Of en hoeveel daar nog extra bij komt, is aan een volgende coalitie. 

Wat gebeurt er met organisaties die nu buiten de vaste begroting vallen?

De steun aan organisaties bouwen we in 2024 af. Ze krijgen daar na het Statenbesluit in november (dit jaar) een officiële vooraankondiging van. Ook regelingen bouwen we, afhankelijk van de looptijd af in 2024. De provincie gaat met alle betrokken organisaties in gesprek over hoe we naar de nieuwe situatie kunnen toegroeien. Er is ook geld beschikbaar voor een zorgvuldige afbouw.

Hoe zit dat met dat tekort bij OV?

De provincie krijgt geld van het Rijk om het openbaar vervoer uit te voeren. Door hogere kosten door onder andere inflatie en minder reizigersinkomsten, moet daar elk jaar €25 miljoen euro bij om het OV op hetzelfde niveau houden. Het Rijk wil dit geld vooralsnog niet betalen. Voor de helft hebben we nu zelf ruimte gemaakt in de vaste begroting, door te snijden in andere uitgaven. De andere helft moeten we oplossen in de volgende Statenperiode. Hiervoor kijken we ook nadrukkelijk naar het Rijk. Lukt dat niet? Dan zullen we moeten snijden in de busdiensten in stad en platteland. 

Wat merken inwoners hiervan?

De kans is groot dat we de komende jaren busdiensten moeten schrappen en dat sommige culturele, maar ook sportieve evenementen en organisaties het zonder de steun van provincie niet redden. Ook een aantal natuur- en milieuorganisaties krijgen minder steun, waaronder IVN dat zich veel inzet voor natuureducatie. Bij leefbaarheid is er onzekerheid over regelingen voor inwoners. Bijvoorbeeld de subsidies voor bewonersinitiatieven. Maar de gevolgen zijn juist ook indirect en op langere termijn merkbaar. Zo hebben we minder geld voor de stimulatie van innovaties en economie . En voor het ondersteunen van gemeenten bij de aanleg van hoogwaardige fietsroutes. We kunnen over de hele linie minder investeren. Soms is dat verschraling. En soms gaat dat ten koste van doelen, zoals minder CO2 uitstoot.