Stel je voor…
“Het is 2037. Ik woon in een buurt met genoeg en passende woningen en met 5 minuten fietsen ben ik in een park of in het bos. Ik kom gemakkelijk op mijn werk, op school en bij voorzieningen zoals winkels, de huisarts en sportverenigingen. Ik heb duurzame energie voor mijn huis en er komt drinkwater uit de kraan. Ik heb geen last van ondergelopen kelders na een flinke regenbui, de lucht die ik inadem is schoon en er is voldoende om te eten. Kortom: ik woon in een mooie provincie, waar mensen gezond kunnen wonen, werken, ontspannen en ondernemen.”
Wie wil dit niet? Maar juist wat ons sterk maakt, staat onder druk. De druk op ruimte, wonen, landbouw, biodiversiteit, economie, mobiliteit en energie neemt toe. Als provincie hebben we een grote verantwoordelijkheid voor de kwaliteit van onze fysieke leefomgeving. Dat is alles wat je buiten ziet, hoort, ruikt, proeft: het is de omgeving waar we wonen en leven, inclusief schone lucht en water. Niets doen betekent achteruitgang: verlies van natuur, minder leefbaarheid en kansen die aan ons voorbijgaan. Daarom moeten we nu plannen maken voor de toekomst. Hoe willen we dat onze provincie eruitziet in 2050, of zelfs in 2100? En hoe werken we hieraan?

