Gelderse Woonacademie start met leergang centrumgebieden

De Gelderse Woonacademie is gestart. Met deze academie ondersteunen we gemeenten bij de opgaven op het gebied van wonen, leefbaarheid en gebiedsontwikkeling. Door trainingen en leergangen aan te bieden, investeren we samen in kennis, vaardigheden en uitvoeringskracht.
Gepubliceerd op: 22-juni-2026

Leren van én met elkaar 

De woningnood en de brede ruimtelijke opgaven vragen om nieuwe kennis en vaardigheden. Met de Gelderse Woonacademie willen we gemeenten ondersteunen in hun dagelijkse praktijk. Daarbij staat niet alleen kennisontwikkeling centraal, maar ook het duurzaam vastleggen van kennis binnen organisaties en het versterken van bestaande netwerken. 

De Woonacademie bouwt voort op initiatieven die gemeenten al kennen, zoals de online sessies wonen en de tweejaarlijkse woonmiddagen. Met de Woonacademie brengen we deze bestaande activiteiten samen. En breiden we het aanbod verder uit met trainingen, leergangen en andere vormen van kennisdeling. Samen met gemeenten ontwikkelen we een aanbod dat aansluit bij actuele vraagstukken uit de praktijk, op basis van signalen, ervaringen en behoeften uit het werkveld. 

Investeren in de uitvoeringskracht van gemeenten

De opgaven waar gemeenten voor staan worden steeds complexer. Of het nu gaat om woningbouw, leefbaarheid of de toekomst van centrumgebieden: het vraagt om kennis, samenwerking en mensen die weten hoe ze projecten verder kunnen brengen. Met de Gelderse Woonacademie investeren we in de uitvoeringskracht van gemeenten. Door kennis te delen en van elkaar te leren, kunnen we samen sneller stappen zetten in de opgaven waar Gelderland voor staat.

Dirk Vreugdenhil

Gedeputeerde wonen

Eerste leergang: werken aan toekomstbestendige centrumgebieden 

De eerste leergang van de Gelderse Woonacademie start in september 2026 en richt zich op de toekomst van centrumgebieden. Centrumgebieden veranderen snel. Traditionele winkels maken plaats voor nieuwe concepten, ondernemers combineren retail (winkels waar producten worden verkocht) met horeca of dienstverlening en leegstaande panden vragen om een andere aanpak. Tegelijkertijd verwachten ondernemers een overheid die meedenkt over toekomstbestendig ondernemen.  

Deze ontwikkelingen vragen om professionals die kunnen schakelen tussen economie en ruimtelijke ontwikkeling, goed communiceren met ondernemers en vastgoedeigenaren en samenwerken over de grenzen van beleidsterreinen heen. 

Portret Helga Witjes

De overheid als partner van ondernemers

Centrumgebieden zijn belangrijk voor de leefbaarheid en economie van onze steden en dorpen. Ondernemers ontwikkelen steeds nieuwe concepten en verwachten een overheid die meedenkt over wat wél mogelijk is. Deze leergang helpt gemeenteprofessionals om die gesprekken goed te voeren en samen te werken aan toekomstbestendige centrumgebieden waar ruimte is voor ondernemerschap, wonen en ontmoeten.

Helga Witjes

Gedeputeerde economie

Inhoud van de leergang 

Tijdens de praktijkgerichte leergang werken deelnemers aan vragen die nu spelen uit hun eigen werk. De leergang bestaat uit een introductiebijeenkomst en verschillende verdiepende sessies, waaronder: 

  • mengformules en hybride ondernemersconcepten;  
  • effectieve communicatie met ondernemers;  
  • samenwerken met vastgoedeigenaren;  
  • casusgericht werken in centrumgebieden;  
  • de balans tussen beleid, regelgeving en maatwerk;  
  • van leegstand naar transformatie;  
  • samenwerking tussen economie, ruimtelijke ordening en vergunningen.  

Deelnemers leren van experts én van elkaar en krijgen handvatten die direct toepasbaar zijn in de dagelijkse praktijk. 

Voor wie? 

De leergang is bedoeld voor gemeentelijke professionals die werken aan economische en ruimtelijke opgaven in centrumgebieden, zoals: 

  • accountmanagers economie;  
  • beleidsmedewerkers economie, centrumontwikkeling en ruimtelijke ordening;  
  • bedrijfscontactfunctionarissen;  
  • projectleiders.  

Aanmelden 

Heeft u vragen of wilt u deelnemen aan de leergang Centrumgebieden? Neem contact met ons op.