Hun missie stopt nooit: voor veteraan en thuisfront

Voor de Witte Anjer Prijs droegen wij 2 bijzondere veteranen voor. Ton Monster en Pascal Jonker helpen al jaren andere veteranen en hun families. Veteranen zetten zich in voor onze vrijheid. Dankzij hun thuisfront, dat klaarstaat ook als het moeilijk is. We stellen de genomineerden graag aan u voor.

Links op de foto Ton Monster (genomineerd). In het midden de commissaris van de Koning, Daniël Wigboldus en rechts Pascal Jonker (genomineerd).


De Witte Anjer Prijs is voor mensen die een bijzondere rol spelen in het leven van veteranen en hun thuisfront. In 2026 staat de prijs in het teken van het thuisfront, zoals partners, familieleden, buren, collega’s en mantelzorgers. Alle commissarissen van de Koning droegen 2 mensen voor. De uitreiking is op 11 juni 2026. 

Pascal Jonker

De Gelderse genomineerden 

Pascal Jonker werkte als kok in Zwitserland toen hij in 1988 in dienst moest. “Met het Korps Commandotroepen mocht ik allemaal mooie dingen doen. En ik was avonden en feestdagen vrij.” Hij besloot bij Defensie te blijven, bij 11 Luchtmobiele Brigade. Na een helikopterongeluk in Afghanistan ervoer hij zelf hoe belangrijk erkenning en persoonlijke aandacht zijn, voor veteraan en thuisfront. Ton Monster werd in 1989 reservist en ruim 10 jaar later beroepsmilitair. Ook hij werkte veel bij de luchtmobiele brigade. Nadat hij meerdere collega’s verloor, kreeg hij contact met nabestaanden. En sinds zijn zoon op missie ging, kent hij het gevoel van thuisblijvende ouders. Al was er bij hem nog een emotie: “Ik baalde dat ik niet mee mocht. Als je voetbalt, wil je na al dat trainen ook een finale. Dat is voor ons een uitzending.” 

Zorgplicht voor veteranen en thuisfront 

Beiden gingen op missie, naar onder andere Irak, Afghanistan en Mali. Na al die jaren begrijpen ze elkaar zonder veel woorden en hebben ze hetzelfde doel. Ton: “Als je mensen fysiek of mentaal beschadigd terugkomen, moet je zorg voor hen houden.” Pascal: “De nazorg is verbeterd, maar kan nog beter.” Daar hoort ook het thuisfront bij.

Steeds weer aanpassen  

Want een stabiel thuisfront is heel belangrijk. Ton: “Daar staan wij ook zelf te weinig bij stil. Maar we hebben er respect voor hoe de vrouwen en moeders alles regelen. Ik hoorde bijvoorbeeld pas achteraf dat mijn dochter problemen op school had. Ze was gespannen omdat ik weg was.” Pascal: “Nu we kleinkinderen hebben, beseffen Ton en ik dat we meer tijd aan hem besteden dan aan onze kinderen. Omdat we veel van huis waren, op oefening of missie. Na iedere missie kom je anders terug, ook al heb je dat zelf niet in de gaten. Dat is voor militair en familie steeds weer aanpassen.”

 Ton Monster

Luisteren en uitleggen 

Ze helpen het thuisfront met van alles. Van onduidelijke brieven tot een uitkering. “Het belangrijkste is hun verhaal aanhoren”, weet Pascal. “En is er bijvoorbeeld paniek door berichten in de media, dan leggen we de situatie uit.” Ton: “Als mensen hun zorg uiten over iemand, betekent dat dat ze van diegene houden. Dat is belangrijk.”

Meteen in actie 

Op de sterfdag van collega’s leggen ze bloemen en gaan ze langs bij de nabestaanden. Blijkt er hulp nodig, dan ondernemen ze actie. Ton: “Een keer zagen we dat de weduwe in de keuken leefde, omdat ze geen geld had voor een nieuwe vloer. Nog die avond had ik contact met de oude eenheid van haar overleden man. De kerels gaven gul en repareerden de vloer.” 

Broeders vergeet je niet 

Ze bezoeken herdenkingen door het hele land, ook die voor gesneuvelden in voormalig Nederlands-Indië. “Het zijn oud-collega’s en broeders, die vergeet je niet”, meldt Pascal stellig. “En ook de 2e en 3e generatie hebben problemen door die strijd.” Ton: “Mensen zien vaak nu pas waarom iemand weinig zei, veel dronk of agressief was. Herdenkingen, weten waar iemand was en respect horen bij de verwerking.” 

Feiten geven troost 

Daarom zoeken ze voor nabestaanden uit waar iemand is geweest en welke medailles die kreeg. Pascal: “Eervol voor ons om uit te reiken. En zij kunnen laten zien wat hun familielid heeft gedaan en verdiend.” Een ander voorbeeld: toen namen en gegevens op een monument niet klopten, zocht Pascal in zijn vrije tijd uit hoe het zat. Om hen een gezicht te geven. “Daardoor hebben we nu een archief over al die mensen”, vertelt Ton trots. 

Weer een glimlach 

Veteranen zijn mannen en vrouwen. “Bij de luchtmobiele brigade werken vooralsnog vooral mannen”, vertelt Ton. “Vandaar ons taalgebruik.” Lang niet elke veteraan heeft problemen, benadrukken ze. Het gaat om zo’n 10%. Ongeveer de helft daarvan zit thuis. Pascal en Ton zorgden voor dagbesteding: veteranen werken in het winkeltje op de kazerne in Schaarsbergen en Assen, op het veteranenlandgoed of onderhouden de fietsen op de kazerne. Pascal: “Hun glimlach zien is genoeg.” Ton: “Als ze er eenmaal weer zijn, is het als thuiskomen. Kinderen vertellen ons dat pa weer vrolijk is en aandacht voor hen heeft.” 

Trap onder de kont 

Ton: “Wij hebben ervaring als militair en de kerels weten dat. Wij geven schouderklopjes, maar ook een trap onder de kont als dat nodig is.” Pascal: “Soms lopen ze bij een psycholoog vast. Maar ze zitten nog maar even rustig bij ons op de bank een kop koffie te drinken, of ze beginnen te huilen en storten hun hart uit. De meeste mensen met PTSS denken dat ze hebben gefaald. Dat is absoluut niet het geval.” Defensie werkt in project Nova samen met de politie en het Nederlands Veteraneninstituut. Vanuit dat project werd Ton benaderd omdat iemand door het lint ging en alleen met hem wilde praten. “Binnen een paar minuten was diegene rustig.” 

Altijd bereikbaar 

Het werk is nooit klaar en hun telefoon staat altijd aan. Pascal: “Thuis zeggen ze weleens: ‘Was ik maar veteraan, dan was het sneller geregeld.’ Dan weet ik dat ik weer te veel heb gewerkt. Ik wil mensen gewoon duidelijkheid geven.” Ton: “Liever had ik al die nabestaanden niet gekend, omdat dat zou betekenen dat hun geliefde nog leeft. Maar dat ik hen ken en dat ze ons vertrouwen, heeft me veel gebracht.”

De juiste mensen op de juiste plaats 

Beiden werken liever op de achtergrond. Toch zijn ze blij met hun nominatie. Vanwege de contacten en aandacht voor veteranen die dat oplevert, en stiekem vanwege de eer. Het meest worden ze geraakt door reacties van collega’s en nabestaanden. Die noemen hen ‘de juiste mensen op de juiste plaats’. “Dat is goed”, zegt Pascal zacht.