De delegatie bestond uit bestuurders en ambtenaren van het Ministerie van LVVN, de provincies Drenthe en Gelderland, gemeentes Heerde en Barneveld en de Stichting Wildaanrijdingen Nederland.

In Italië werd onder andere het gesprek gevoerd met Luigi Boitani. Boitani, voorzitter van het Europees Initiatief voor Grote Carnivoren (LCIE), stelt in zijn wetenschappelijk rapport met Linnell dat het voor de kleine Benelux-landen erg moeilijk is om aan de gunstige staat van instandhouding te voldoen volgens Europese regelgeving. Mede vanwege de dichtbevolktheid en de beperkte beschikbare ruimte om als nationaliteiten een gunstige staat van instandhouding te kunnen borgen.
Hij stelt daarom voor dat er minder strenge richtlijnen moeten zijn voor landen zoals Nederland. In plaats daarvan kan er gekeken worden naar de gunstige staat van instandhouding in Noordwest-Europa. En wat de proportionele bijdrage van iedere lidstaat daar dan in moet zijn. Lidstaten moeten wel laten zien aan de Europese Commissie dat zij hun best doen om de criteria van de gunstige staat van instandhouding te bereiken. Bijvoorbeeld door het nemen van effectieve maatregelen en samenwerking met buurlanden.