Verhalen van toen voor een Gelderland van nu

Het verleden alleen iets van vroeger? Niet volgens Elyze Storms-Smeets. Sinds 1 januari 2025 is ze bijzonder hoogleraar Gelderse geschiedenis. Dankzij haar werk leren wij veel over hoe mensen vroeger leefden. Dat helpt ons bij keuzes voor vandaag en later. Ontdek wat ze zoal doet en wat dat oplevert.

Wetenschap en praktijk verbinden 

Als landschapshistoricus werkt Elyze Storms-Smeets veel met landschap en erfgoed. Ook geeft ze les aan de universiteit. Daarom kan zij de werelden van wetenschap en de praktijk verbinden. “Ik wil zorgen voor goed academisch onderzoek, met studenten. Als zij daarna aan het werk gaan, weten zij hoe je zulke historische kennis koppelt aan de praktijk.” 

Niet terug naar vroeger 

“Het helpt als we snappen hoe en waarom onze voorouders hun leefomgeving veranderden en hoe ze met elkaar omgingen. We willen niet het verleden kopiëren. Terug naar vroeger kán helemaal niet. We willen ervan leren. Bijvoorbeeld voor groei van steden, veranderingen in de landbouw, wateropgaven, klimaatadaptatie, natuurbescherming en contacten tussen inwoners onderling en met de overheid.” 

Onze identiteit versterken 

De leeropdracht (leerstoel) Gelderse Geschiedenis van de Radboud Universiteit bestaat sinds 2014. Vanaf januari 2025 is Elyze Storms-Smeets aangesteld als bijzonder hoogleraar. 

Provincie Gelderland betaalt voor de leerstoel. Want die zorgt voor kennis, versterkt de regionale identiteit en helpt ons om erfgoed te behouden en zichtbaar te maken. Verhalen en ontdekkingen komen ook terecht in lezingen, artikelen, podcasts, historische wandelingen, tentoonstellingen van musea enzovoort. 

Betere keuzes en erfgoed behouden 

Neem watermolens. “Het gaat niet alleen om een mooie oude molen, maar om het geheel, het ensemble met beek, molenvijvers, stuwen en natuurlijk de gemeenschap. Eigenaren pasten het landschap aan om bijvoorbeeld om te gaan met te veel of te weinig water, of vanwege kansen voor de economie. In de dekzandgebieden van de Achterhoek laat water in een beek het rad draaien. Daar zijn grotere gebieden die tot de invloedssfeer van de watermolen hoorden: als de molen water stuwde, werden bovenstrooms de landerijen natter. Op de Veluwe zijn veel hoogteverschillen. Daar leidden mensen water via een goot en lieten het op het rad vallen. Ze maakten vijvers en stuwen. Een molen bij een stadsgracht is weer een heel ander landschap. Als we dat allemaal onderzoeken, leren we meer over hoe we nu kunnen omgaan met water en ons landschap. Dan kunnen we die landschappen ook beter gebruiken voor recreatie, vergroening, om hitte en droogte tegen te gaan, enzovoort.” 

Geschiedenis van en voor iedereen  

De provincie wil dat alle Gelderlanders kunnen meedoen en meedenken over de toekomst van erfgoed. “Maar op bijeenkomsten zie je vaak dezelfde mensen. Een paar jaar geleden begeleidde ik met Erfgoed Gelderland stagiairs die onderzochten wie we misten bij plannen voor de Arnhemse parken Sonsbeek en Zypendaal. Dat bleek onder meer de Caribische gemeenschap van Arnhem. De mooie parken met 18e-eeuwse terrassen, monumentale bomen en waterpartijen kwamen er dankzij geld dat werd verdiend met plantages in de kolonies. Maar in historisch en erfgoedonderzoek gaat het nog steeds meestal over de rijke familie die in hun prachtige tuin wandelde. De mensen die we spraken zeiden: ‘Als onze geschiedenis niet wordt verteld, lijkt het alsof we niet belangrijk zijn. Waarom zouden we dan naar die avonden komen?'

Op de foto: Landgoed Zypendaal in Arnhem. 

Alle verhalen vertellen 

“Daarom willen we de verhalen van allerlei groepen vertellen. Ook als dat lastig is. Publieke landschappen kunnen beladen geschiedenissen hebben, maar het blijft belangrijk om daar met een eerlijke blik naar te kijken. Bij het onderzoeksproject Oorlog in Arcadië, bijvoorbeeld, stonden we met onder andere nazaten van Joden en NSB’ers in de parken bij een bunker en op de plek waar vroeger een bord stond met ‘Verboden voor Joden’. Op basis van bronnen lieten we zien wat er was gebeurd en welke keuzes mensen maakten, zonder oordeel. Nazaten vertelden hun verhaal, soms voor het eerst. En iedereen luisterde naar elkaar. Alleen dat is al heel belangrijk. Ook bespraken we hoe we verder kunnen. Zodat de parken echt van alle Gelderlanders zijn.” 

Iedereen is welkom 

“Ik hoop dat iedereen zich welkom voelt om mee te denken. Is dat niet zo, laat het dan weten. Als ik bepaalde groepen extra aandacht geef om hen beter te bereiken, kan het zijn dat groepen die al betrokken waren zich vergeten voelen. Dat is absoluut niet mijn bedoeling. Uiteindelijk werken we voor inclusieve erfgoedparticipatie. Het gaat erom dat je respect hebt voor elkaar, naar elkaar luistert en wilt samenwerken.” 

Samen leren over de regio 

Door samenwerken ontdekken we meer. Daarom maakt ze met collega’s bij de Radboud Universiteit een Regionale Onderzoeksagenda Geschiedenis en Erfgoed. De regio is het gebied rond de Radboud Universiteit: Gelderland, Noord-Brabant, Limburg en het Duitse Kleef. Op de agenda komen de onderwerpen, zoals de Tweede Wereldoorlog, het koloniale verleden, leven met water, monumentale bomen, natuur- en landschapsbeleving, en sociale ongelijkheid. Hiervoor werken ze samen met wetenschappelijke en maatschappelijke partners in de regio’s. Dit zorgt voor een betere samenwerking tussen wetenschap en praktijk, en voor een netwerk in de regio’s. “Ik hoop dat inwoners enthousiast worden en die onderwerpen voor hun wijk of groep willen uitzoeken. We willen graag onze studenten betrekken, maar ook lokale historici, erfgoedeigenaren en jongeren die op school bezig zijn met een geschiedenisopdracht. Over dit alles organiseren we met erfgoedinstellingen in het najaar van 2026 ook weer de Gelderse Landdag.” 

Voor heel Gelderland 

We zijn nooit uitgeleerd, weet de hoogleraar. “Er zijn altijd onderzoekers nodig die goede vragen stellen en bronnen aan elkaar verbinden. Daarom ben ik zo blij dat de provincie daarin investeert. Ik werk aan een netwerk van collega’s, studenten, overheden, inwoners, terreinbeheerders, historische kringen en ga zo maar door. Want samen bereiken we veel meer. De Regionale Onderzoeksagenda kan daarbij helpen. Dan blijft het niet bij mij, maar vormen we samen een groot netwerk dat zich bezighoudt met vernieuwend onderzoek dat verleden met heden en toekomst verbindt. Zo wordt het relevant voor heel Gelderland.”