Uit de verf: Levi van Veluw

In de serie 'Uit de verf' belichten we kunstenaars uit de kunstcollectie van de provincie Gelderland.
Levi van Veluw met het werk: Blocks

Recent hebben we onderzoek naar onze eigen kunstcollectie gedaan. Daaruit blijkt dat de man-vrouw verhouding van kunstenaars in de collectie niet evenwichtig is. Ongeveer 70 % van de kunstenaars met werk in de collectie is man, ongeveer 30% is vrouw. We gaan omgekeerd evenredig meer aandacht besteden aan vrouwelijke kunstenaars door een serie blogs.

Van de 10 blogs die we schrijven, gaan er 7 over een vrouwelijke kunstenaar en 3 over een mannelijke. Dit 6e verhaal is een interview met Levi van Veluw (Hoevelaken, 1985). Tijdens het gesprek is een lijst met vragen voorgelegd die geformuleerd zijn door: Marcel Proust. 

Levi van Veluw werkt in verschillende disciplines. Zo bestaat zijn oeuvre onder andere uit installaties, kinetische sculpturen, video’s, tekeningen en foto’s. In zijn werk onderzoekt hij de relatie tussen het spirituele, rationele en materiële. Hij studeerde aan de kunstacademie in Arnhem. 

Dat is een van de redenen waarom zijn werk opgenomen is in de provinciale kunstcollectie. De provincie Gelderland bezit één werk van Levi van Veluw, getiteld “Blocks”. Het is een vroeg werk dat hij na zijn afstuderen in 2007 maakte. Het is een fotografisch zelfportret waarbij de kunstenaar zijn gezicht en bovenlichaam betekend heeft met ballpoint. 

Tegenwoordig heeft Levi van Veluw zijn studio op het Hembrugterrein in Zaandam. Hij heeft tentoonstellingen in binnen-en buitenland. 

Het interview wordt over de telefoon afgenomen. Nadat hij zich even afzondert van het geluid (van zijn assistenten die aan het werk zijn in de studio) kunnen we beginnen. Het interview wordt gedaan aan de hand van vragen die Proust formuleerde. Ze zijn bedoeld om meer te weten te komen over de kunstenaar als mens, over zijn kunst en over de relatie tot de beschouwer. 

Welk natuurlijk talent zou je graag willen hebben?

De dingen die je maakt zijn heel persoonlijk en eigen. Daardoor lijkt het ook volstrekt logisch. In mijn werk zit ook een groot deel controle in het maakproces: vanaf het idee tot het maken is het niet heel expressief en intuïtief. Als ik bij een schilder op bezoek ga die heel expressief een paar vegen op het doek zet, dan kan ik wel denken “hoe krijg je dat in godsnaam voor elkaar?".  Dan vind ik dat ook wel knap. Dat is iets wat ik niet heb. Soms zou ik dat ook wel willen; een stuk papier of een doek en dat je dan gewoon begint. Maar dat gaat nooit gebeuren.

Levi van Veluw met het werk: Blocks
Levi van Veluw, Blocks ©

Hoe begin je aan een werk en hoe verloopt je werkproces?

Door de jaren heen is dat wel veranderd. Toen ik net afstudeerde was het nog vrij intuïtief. Als je carrière groeit, word je ook wel een beetje gestuurd doordat je met meerdere galeries werkt en projecten doet. Dan is het niet meer zo vrijblijvend. 

Nu werk ik met meerdere assistenten in het atelier. Het is vrij arbeidsintensief, die sculpturale werken. Dat geeft een ander soort dynamiek, maar dat maakt ook dat je er gewoon ’s ochtend om 9 uur moet zijn. Je krijgt een soort bedrijfsmatigheid erbij die misschien niet echt bij het kunstenaarschap past, maar waar je wel mee om moet gaan om een tentoonstelling te kunnen maken. 

Ik probeer wel enigszins planmatig een tentoonstelling te maken. Ik neemt de tijd voor het opdoen van ideeën. Dat probeer ik dan te vormen tot een nieuw werk. Vanaf daar bouw ik een tentoonstelling uit. Tentoonstellingen bij galeries zijn de plekken waar je het meest experimenteel iets kan doen. Dat zijn de plekken om nieuwe dingen uit te proberen.

Als ik een tentoonstelling maak, maak ik een serie werken die op elkaar reageren. Dat is vaak een installatie. Als een bezoeker een galerie binnenloopt en een werk ziet, dan kan hij dat misschien niet meteen interpreteren. Maar wanneer hij in een installatie komt, krijgt hij een context mee, waardoor hij het werk op een andere manier kan zien. Zo probeer ik dat op te bouwen tot een ervaring.

kunstwerk_The_Archive

Met wat voor een werk ben je nu bezig?

Voorheen was ik heel gestructureerd bezig. Dan had ik een tentoonstelling gemaakt en dan werd het verkocht. En vervolgens maakte ik weer een nieuwe tentoonstelling. Maar nu, door de pandemie, is het een en ander uitgesteld. Het werk dat ik eigenlijk wilde tonen dat kan je niet helemaal overslaan. Ik wil de liefhebbers en verzamelaars die er komen toch het hele verhaal meegeven. Ergens doe ik nog een stapje terug in de tijd. Voor mijn gevoel loop ik iets achter. Ik werk nu aan sculpturale werken met klei in een andere kleur dan blauw, een nieuwe installatie en tekening. In maart 2023 is er weer een tentoonstelling in een galerie in Amsterdam (Ron Mandos). Dat is weer een moment om een nieuwe stap te zetten.

kunstwerk_enter_the_circle

Je hebt veel gewerkt met blauw en zwart in je werk. Heb je een favoriete kleur?

Het gebruik van zwart en wit is ontstaan omdat het een beperking geeft door het ontbreken van kleur. Daar kwamen installaties uit. De installaties waren zwart en wit omdat ze direct vertaald zijn uit tekeningen. Het ging vooral over licht en donker. Na die installaties ging ik weer sculpturen maken. Door geen kleur te gebruiken word je ook niet echt afgeleid. De thematiek in mijn werk veranderde meer naar het religieuze. Daar past het zwart weer niet bij. Ik ga dan op zoek naar een kleur die het concept het beste ondersteunt. En dat werd blauw. Blauw heeft iets toegankelijks, maar ook iets mysterieus. Kleur ondersteunt het concept. Het is niet dat een kleur op zich iets is. De kleur kan een houvast geven. Toch moet het niet zo zijn dat als je naar het werk kijkt dat je meteen begrijpt waar je naar kijkt. Het is belangrijk om iemand de ruimte te geven om het concept zelf te interpreteren.

Wat wil je dat je werk teweegbrengt?

Ik probeer degene die naar het werk kijkt enigszins te sturen in de richting waarvan ik denk: “dat is interessant om over na te denken”. Bijvoorbeeld door ze laten ervaren dat een middelpunt belangrijk is. Of een spanning tussen een organische en een gestructureerde vorm: een conflict tussen twee elementen. Ik vergelijk het ook wel met wanneer je een kathedraal binnenkomt. Er zijn dan allerlei mechanismen die beginnen te werken, die je ervaart, ook al ben je niet religieus. Je wordt daar in dat gebouw, wat zo hoog is, dan toch onbewust stil en je voelt je klein. 

Als je te dwingend bent in de associatie, dan heb je geen ervaring meer, maar dan ben je alleen maar objectief naar het werk aan het kijken. Ik probeer altijd mensen een ervaring te laten hebben waarbij ze zoeken naar houvast. Ze zullen misschien denken: “Waar ben ik  nou naar aan het kijken? Wat zou het kunnen betekenen?” Er is onwetendheid, maar mensen ervaren wel dat het religieus aanvoelt. Ze voelen de handenarbeid. Ze herkennen misschien bepaalde patronen of een soort symboliek, maar kunnen het niet precies plaatsen. Dat maakt denk ik een werk krachtig. Het doet een beroep op de associaties die je bij het werk hebt. 

Wat zou je ooit nog willen maken (as er geen beperkingen zijn in ruimte, tijd, budget)

Het meest ideale zou zijn als ik één hele grote hal zou hebben. Dat ik ergens begin en dat ik het gewoon kan laten staan en kan doorwerken. Dat ik een soort spoor van werken achterlaat. 
Het is het mooiste als alles bij elkaar kan blijven. Niet één individueel kunstwerk, maar het proces dat je laat zien is het meest interessant. Je moet het dan niet zien als een retroperspectief, maar meer als een fysiek spoor van werken. Het gaat niet over één ultiem kunstwerk. Het oeuvre is belangrijker dan het individuele kunstwerk. 

Wat is je favoriete karaktereigenschap?

Ik denk dat het belangrijk is dat je als kunstenaar op een bepaald moment wel een knoop kunt doorhakken. Dat je na het twijfelen en de keuzes die je kan maken ook daadwerkelijk iets gaat doen. Dan moet je gewoon denken; “nu ga ik het gewoon doen en dan zie ik het allemaal wel”. Dit is vooral zo wanneer je iets nieuws gaat maken. Er is dan geen houvast, behalve je eigen oeuvre. Je moet zelf de noodzaak voelen om iets te veranderen. Er is niet een reden om iets wel of niet te doen. Die noodzaak moet je zelf voelen. 
Eens in de twee jaar probeer ik het allemaal opnieuw te definiëren en dan moet je veel knopen doorhakken om tot iets te komen. Dat is iets dat ik wel kan.

Wat is jouw idee van geluk?

De juiste balans zien te vinden in alles.

Wat is jouw band met de provincie Gelderland?

Ik ben opgegroeid in Emmen. Daar heb ik niks mee. Gelderland: het is een mooie omgeving. In hoeverre kan je een binding hebben met een provincie? Ik vond Arnhem een prettige stad om in te leven en te werken. Toen ik er woonde begon internet net een grote rol te spelen. Als je het vertaalt naar de kunstwereld, denk ik dat op dit moment een provincie niet meer een identiteit heeft met kunstenaars. Ik zie dat niet meer. Helemaal in het internationale circuit maakt het soms niet eens meer uit uit welk land je komt. Het wordt steeds minder belangrijk (behalve als je werk juist gaat over je afkomst of identiteit). De kunstenaarsgroepen, broedplaatsen die je had en verenigingen, dat is grotendeels ten dode is opgeschreven. Ik heb daar nooit onderdeel van uit gemaakt. Voor het bestaan van internet was dat wel heel belangrijk kan ik me voorstellen.

Vanwege de ongelijke verdeling tussen mannelijke en vrouwelijke kunstenaar in de collectie; wat vind je daarvan? Bestaat er volgens jou vrouwelijke en mannelijke kunst?

Ik vraag me af vanaf welk punt deze ongelijkheid ontstaat. Op de academie is namelijk het grootste deel nog vrouw. Op een bepaald punt gaat het dus blijkbaar mis.
Met kwaliteit heeft het natuurlijk niets te maken. Ik denk dat je de gelijkheid zeker moet stimuleren. Een kunstenaar als voorbeeld hebben kan namelijk heel erg motiveren.

kunstwerk_pillar

Heb je een held/heldin?

Ik heb niet echt een held of heldin. Wat ik wel heb gehad, is dat toen ik naar de academie ging, ik een heel beperkt beeld van kunst had. Ik dacht; kunst, dat is schilderen. Dus dat ga je dan doen. Toen kwam ik erachter dat er allerlei soorten media mogelijk waren en kunst veel meer kan zijn dan schilderen. Dat vond ik een openbaring. Dat je bijvoorbeeld een installatie kon maken. Ik zag hedendaagse kunstenaars die dat deden. Tijdens de academie kwam ik voor het eerst in  Museum De Pont (in Tilburg) en daar had je werk van Anish Kapoor en een kamer van James Turrell. Nog zo’n voorbeeld is het  werk van Gregor Schneider, een Duitse kunstenaar die zijn hele huis transformeerde. Dat was wel een eyeopener: dit kan dus ook, je hoeft helemaal niet te schilderen.