Uit de verf 4: Ide André

In de serie Uit de verf belichten we kunstenaars uit de kunstcollectie van de provincie Gelderland. We doen dat door middel van 10 blogs.
Uit de verf 4: Ide André

Recent hebben we onderzoek naar onze eigen kunstcollectie gedaan. Daaruit blijkt dat de man-vrouw verhouding van kunstenaars in de collectie niet evenwichtig is. Ongeveer 70% van de kunstenaars met werk in de collectie is man, ongeveer 30% is vrouw. We gaan omgekeerd evenredig meer aandacht besteden aan vrouwelijke kunstenaars door een serie blogs.
Van de 10 blogs die we schrijven, zullen er 7 over een vrouwelijke kunstenaar gaan en 3 over een mannelijke. Dit 4e blog, bestaat uit een interview met Ide André (Ede, 1990). Hiervoor gebruiken we een lijst met vragen die Marcel Proust formuleerde.

Tekst: Janneke Maiburg

Voor het interview met Ide spreken we af in zijn atelier aan de rand van Arnhem. In een voormalige stal op een dijkje aan de Rijn, net buiten Huissen, zijn veertien ateliers gebouwd. Na een korte rondleiding door het atelier nemen we plaats in de twee stoelen die er staan. Op de grond ligt werk waar hij op het moment aan werkt; een doek waarop een gitaar ligt en waarvan de verf nog nat is. Aan de muur hangen schilderijen waarin elementen te herkennen zijn van zijn werk dat deel uitmaakt van de kunstcollectie van de provincie, zoals het formaat en de afdrukken van touw op het doek.

In de provinciale kunstcollectie is één werk opgenomen van Ide André. Rhyme (RRR) is een groot werk, 190 cm hoog en 145 cm breed, met zwarte lijnen op een gele achtergrond. De lijnen zijn gemaakt door in zwarte verf gedoopt touw over het doek te trekken en te slaan. Het dynamische lijnenspel dat op het doek is achtergebleven draagt de beweging en energie van het maken van dit kunstwerk nog steeds uit.

Alhoewel ik niet weet of dit onder “natuurlijk talent” valt, zou ik graag meer talent willen hebben voor concentratie en focus. Zowel binnen mijn praktijk als in mijn persoonlijk leven. Mijn praktijk heeft zich een beetje gevormd naar dat ontbreken van een lange spanningsboog, het is heel fysiek.
In mijn persoonlijk leven zou ik me bijvoorbeeld graag beter willen kunnen concentreren om te lezen. Ik ben een hele slechte lezer. Mijn vrouw schrijft en lees heel veel. Ik ben me ervan bewust dat er een hele leefwereld, een wereld van kennis is, waarvan het me niet lukt die te bemachtigen. Dat vind ik heel vervelend.
Met betrekking tot mijn praktijk: mijn werk is altijd gestart vanuit de methode, vanuit de manier van doen. Die methodes zijn vaak fysiek geweest. De drang om te schilderen uitte zich vaak in het fysieke en het achterlaten van een spoor, omdat dat voor mij een fijne manier van werken is. De eerste stap is niet “wat ga ik maken?”, maar “hoe ga ik het maken?”. De eerste stap is dus altijd fysiek. 

Ik maak een keuze om iets te doen. Dan ga ik dat doen en tijdens dat proces probeer ik niet meer over compositie en esthetiek na te denken.
Tijdens de eerste lockdown, in begin 2020, zat ik in een residency van het Mondriaanfonds, Billytown in Den Haag. Ik was daar een onderzoek aan het doen naar schilderen en daar ben ik gaan experimenteren met kleur. Voorheen schilderde ik geen kleur. Ik schilderde met wit of zwart op gekleurd doek. Ik schilderde toen voor het eerst een blauw monochroom. Nu gun ik het mezelf om meer met kleur te werken.
Kleur breng ik nu op met plantenspuiten. Nog steeds niet met een kwast, maar meer met een kleine fysieke handeling. Ik ben nu bezig met negatieve schaduwen, dat is eigenlijk het tegenovergestelde van een fysieke afdruk. Daarvoor gebruik ik doppen van de verftubes, touw of een gitaar. Ook ben ik figuratieve elementen aan het toevoegen, zoals bijvoorbeeld handen. Handen van bergbeklimmers, die wel weer refereren naar het fysieke en het doen. Ik hang het dan op in mijn atelier en kijk ernaar. Tot ik denk dat het goed is. Ik weet nooit helemaal hoe het werk er uiteindelijk uit komt te zien. Je bent eigenlijk alleen maar problemen aan het maken die je dan weer moet oplossen.

Ik heb niet echt een favoriete kleur, maar ik vind blauw, echt góed blauw, wel aantrekkelijk. 

Daar hoef ik niet lang over na te denken: empathie vind ik een hele belangrijke karaktereigenschap. Ik denk ook wel, al is dat raar om over jezelf te zeggen, dat ik redelijk wat empathie heb. Als je een goede dosis empathie hebt, dan is het prima als er verschillen zijn tussen mensen. Het maakt het een stuk fijner in de omgang met elkaar.

Ik werk veel met touw. Dat is er zo ingeslopen op een gegeven moment. Eerder was ik bezig met een serie met grote stenen. Die rolde ik in de verf en rolde deze daarna over de doeken. Voor een onderzoeksperiode samen met Koen Delaere, The Performance Picture, wilde ik beginnen met een nieuw iets, een nieuw object om mee te schilderen. Een nietszeggend object, maar wel een dynamisch object. Ik zag daar touw liggen en daarmee ben ik gaan werken. Het werkt heel prettig. Andere objecten uit de studio gebruik ik ook af en toe, zoals stukjes hout, een gitaar en de deksels van de verfpotten. Dat werken met touw zal nog wel even door blijven gaan denk ik, al staat het nu even op een laag pitje.
Daarnaast werk ik met zeefdrukinkt. Dat vind ik heel fijn, want dat kan ik in grote emmers halen. Ik weet precies hoe het droogt. Soms maak ik het aan met kleurstoffen.

Dat je gezond bent en dat je open staat voor de dingen om je heen. Dat je je laat verwonderen. Dat je je energie kwijt kan. Dat je samen kan zijn met degene van wie je houdt.  Misschien wel een heel clichéantwoord, maar zo is het wel.

Dat is en blijft een ingewikkelde vraag waar nooit één juist antwoord op te geven is. Ik probeer daar dus ook niet te veel bezig mee te zijn binnen mijn praktijk. In eerste instantie maak ik de werken van uit mijn eigen behoefte om ze te maken. Omdat ik zelf er behoefte aan heb. Je zou dus kunnen stellen dat het altijd een egocentrische activiteit is.  Tegelijkertijd geloof ik dat het werk wel betekenis kan hebben voor een ander. Maar hoe die betekenis invulling krijgt, dat is voor iedereen anders. Uiteraard komt mijn werk voort uit mijn leefwereld met mijn persoonlijke interesses, referenties, kijk en context.
Een toeschouwer mag daar helemaal in mee te gaan door zich extra te verdiepen in mijn praktijk, maar dat hoeft niet.  Het “ding” op zichzelf heeft hopelijk al genoeg in zich om te doen laten verwonderen. En wellicht zit er een “haakje” in het werk, dat je doet laten afvragen waar je nu eigenlijk naar kijkt.

Het is in 2018 aangekocht, ik was een jonge kunstenaar (ben ik eigenlijk nog wel), nog niet zo lang klaar met de academie. Het was het eerste werk van mij dat aan een grote collectie werd verkocht. Ik vind het mooi onderdeel van een collectie te zijn en om zo waardering te krijgen. Het motiveert ook. Er zijn mensen die het blijkbaar belangrijk genoeg vinden om te tonen in de context van wat er in de regio, in de provincie, gebeurt. Daar ben ik mee vereerd!

Ik vind het heel fijn om in Gelderland te wonen. Ik heb vaker de vraag gekregen waarom ik niet naar Amsterdam zou komen. Ik ben opgegroeid aan de rand van de Veluwe. Hier is het ook groen. Je hebt Sonsbeek, de hei en je bent zo op de Veluwe. Je woont hier ook heel centraal: je bent in een uur in Düsseldorf, maar ook in Amsterdam. Ik vind het prettig dat hier in Arnhem op cultureel gebied genoeg is om actief te blijven en geprikkeld te worden, maar ook weer niet zoveel dat je het idee hebt dat je altijd van alles moet.

Ik merk dat ik het lastig vind om daar wat over te zeggen omdat ik zelf een man ben. Zo heb ik bijvoorbeeld zelf ook lang een blinde vlek gehad waarbij ik dacht dat het niet uit moest maken of een werk door een man/vrouw/persoon wordt gemaakt. Dat ís natuurlijk ook zo, maar de cijfers laten een andere werkelijkheid zien. Het kan natuurlijk niet zo zijn dat het grootste gedeelte van kunstenaars in de kunstgeschiedenisboeken en collecties voor het merendeel uit mannen bestaat. Ik las een tijdje geleden een bijlage van het blad Metropolis M, over de verhoudingen in museumcollecties. Wat me positief opviel is dat Museum Arnhem het relatief goed doet. Het liet ook zien dat veel musea nog een lange weg te gaan hebben. Als ik om mee heen kijk is de verdeling tussen gender-identiteiten veel rijker en anders verdeeld. Ik hoop dat we dat ook gaan terugzien in de toekomstige collecties.

Wil je meer te weten komen over het werk van Ide André en over de kunstenaar zelf?

Bij Collectie de Groen hebben afgelopen maand twee interviews plaatsgevonden met Ide André, samen met Lieven Seghers en met Roy Villevoye (de serie heet Liefdevol & kritisch). Komend voorjaar cureert Ide André samen met Lieven Hendriks een tentoonstelling bij Omstand in Arnhem. In de tentoonstelling zullen bevriende Duitse schilders uit de grensregio te zien zijn. Zelf doet hij ook aan de tentoonstelling mee.