Uit de verf 3: Carin Unverzagt

In de serie Uit de verf belichten we kunstenaars uit de kunstcollectie van de provincie Gelderland. We doen dat door middel van 10 blogs.
Uit de verf 3: Carin Unverzagt

Recent hebben we onderzoek naar onze eigen kunstcollectie gedaan. Daaruit blijkt dat de man-vrouw verhouding van kunstenaars in de collectie niet evenwichtig is. Ongeveer 70% van de kunstenaars met werk in de collectie is man, ongeveer 30% is vrouw. We gaan omgekeerd evenredig meer aandacht besteden aan vrouwelijke kunstenaars door een serie blogs.
Van de 10 blogs die we schrijven, zullen er 7 over een vrouwelijke kunstenaar gaan en 3 over een mannelijke. Dit 3e blog, bestaat uit een interview met Carin Unverzag (1957). Hiervoor gebruiken we een lijst met vragen die Marcel Proust formuleerde.

Tekst: Gabrielle de Nijs Bik

Carin Unverzagt (1957) is een ware gastvrouw, ze ontvangt me met een speciaal voor mij samengestelde tafelschikking. We drinken gemberthee en Carin vertelt over haar werk en hoe ze in het leven staat.

Ik kreeg op mijn veertigste een kind en heb me toen vol overgave op het moederschap gestort. Sommige kunstenaars kunnen dat, hun werk combineren met het ouderschap. Ik niet. Ik kan me niet op twee belangrijke zaken tegelijk focussen, ik ben nogal prikkelgevoelig. Nu mijn dochter volwassen is, pak ik mijn kunstenaarsleven weer op, maar het is best lastig zo’n comeback. Niet zozeer het werken in mijn atelier, dat vind ik heerlijk, maar alle andere dingen die erbij komen, zoals onderdeel zijn van een kunstenaarsnetwerk, dat is lastiger dan ik dacht.

Het machismo in de kunstwereld is van alle tijden, dat soort kunstenaars lijkt ook altijd platform te krijgen. Die wereld mijd ik. De mannelijke kunstenaars met wie ik omga ervaar ik niet als macho’s. Ik vind het zorgelijk hoe goede vrouwelijke kunstenaars niet beroemd zijn geworden en hoop echt dat dat gaat veranderen. Want evenredig is het nog niet. Gelukkig is er de laatste tijd aandacht voor vrouwelijke kunstenaars uit de geschiedenis en ik verwacht veel van jonge vrouwelijke kunstenaars.

Ik ben betrouwbaar. Je kunt van mij op aan. Een vriendin heeft wel eens gezegd: als ik een advocaat nodig heb, dan wil ik jou. Keerzijde daarvan is dat die zorgvuldigheid tijd kost. Andere mensen zie ik daar makkelijker mee omgaan. Soms zou ik wel wat meer van die luchtigheid willen hebben. Ik ben sowieso niet zo van de ‘sunny side up’.  Mijn betrokkenheid betekent ook dat ik nogal aangeslagen kan zijn van kleine dingen.

Ik ben graag aan het werk in mijn atelier. Dat voelt als een zinvolle bezigheid, het geeft voldoening. Ik word blij als ik dingen maak uit de materialen die ik verzameld heb uit tweedehands winkels. Ik boor dan dingen aan die ik van mezelf niet kende. Onder mijn handen kunnen dingen ontstaan die heel to the point zijn.

Ik vind het lastig om te zeggen dat ik een gelukkig mens ben; geluk komt in momenten. Soms overkomt het me als ik naar kunst kijk, dan krijg ik tranen in mijn ogen. Ik herinner me bijvoorbeeld een moment dat ik in het Prado was, een gevoel van schoonheid overviel me daar. Ik weet niet eens van welke kunstenaar het werk was, het waren de details, het ronddwalen en de sfeer daar die me ontroerden.

Mijn huidige gemoedstoestand is goed en stabiel. Ik verheug me erg op tentoonstellingen die er aan komen, waar ik mijn werk laat zien. Een groepstentoonstelling in Brummen (met overigens 3 mannen en 11 vrouwen) eind november en een solo in Arnhem in december.

Namen die me in eerste instantie te binnen schieten zijn kunstenaar Louise Bourgeois en zangeres Billie Holiday. Maar ik denk ook aan schrijfster Simone de Beauvoir. Het zijn de helden uit mijn adolescentie. Ik herinner mij de etsen van Louise de Bourgeois die me ontroerden, vooral vanwege de fysieke arbeid van het maken die eruit afleesbaar was. Het maakte iets niet-rationeels, iets onderbewust in mijn los. Ik genoot van de rijkheid daarvan, de diepgang. Mijn heldinnen veroorzaakten mokerslagen, blikseminslagen, pijlen direct naar mijn hart, herkenningen die het begin van het volwassen leven inluiden. Natuurlijk kan ik ook recentere voorbeelden noemen, maar niets is meer zo ingrijpend als dat wat je binnenkrijgt in je studententijd, de tijd dat je je ook eigenzinnig gaat verhouden tot de wereld en ook begint in te zien dat dat mogelijk is en een keuze kan zijn. Ik heb alle boeken van Simone de Beauvoir allang naar de kringloop gebracht, de platen en CD’s  van Billie Holiday beluister ik nog hoogst zelden, ik kijk niet meer dagelijks in de boeken van Louise de Bourgeois, maar dit alles is gegrift in mijn ziel.

Ik ben sowieso een kijker.  Ik fotografeer veel sinds de mobieltjes een camera hebben; het is zo makkelijk geworden. Ik fotografeer wat ik zie, de lichtval in de natuur, mensen op straat, een jongetje dat zit te kijken naar stoere jongens. Heel jammer dat dat vanwege privacy niet zomaar meer gedeeld mag worden op Facebook. Het fotograferen is nooit achteloos, ik leg vast en deel wat mijn aandacht trekt. Maar soms vind ik het ook wel vermoeiend, dan neem ik me voor: vandaag maak ik geen foto’s.

Met heel verschillende: ik teken en maak collages, ik fotografeer, ik brei en haak, maar werk ook graag met keramiek en met spullen die ik bij tweedehands winkels vind. De handeling vind ik minstens zo belangrijk als het resultaat. Ik houd heel erg van repeterende handelingen, bolletjes kleien, breien, haken. Dan ontstaat een mentale leegte die me dierbaar is. Ooit heb ik wel eens een tennisarm opgelopen omdat ik veel te lang stipjes had getekend.

In mijn atelier is een overvloed aan mogelijkheden in materiaal en techniek. Er zijn wel eens mensen die me gevraagd hebben of het niet verstandiger zou zijn als ik me zou beperken in materialen en technieken, maar die variatie hoort bij mij. Hoewel ik soms ook heel fijn vindt om mezelf te beperken. Onlangs zat ik een Artist in residence en daar moest ik mezelf natuurlijk beheersen, ik kon niet mijn hele atelier meenemen.  Daar ontstonden toen collages waar ik heel tevreden over ben. 

Inmiddels ben ik in een fase dat ik stil sta bij wat ik nog wil maken en wat niet. Mijn brede interesse in materialen technieken moet ik een beetje inperken. Dat betekent dat ik sommige materialen niet meer meeneem uit de kringloopwinkel. Ik denk dat gevoel van eindigheid versterkt is toen mijn partner op zijn 57ste overleed.

De provincie heeft een aantal zeefdrukken van mij in de collectie. Eigenlijk hield ik nooit zo van die techniek, ik vond het zo vlak. Tot ik Hans Jansen uit Warnsveld ontmoette. Hij is meesterdrukker en kan heel mooi de effecten van potlood naar zeefdruk vertalen. En zeefdruk heeft natuurlijk als voordeel dat je in oplage kunt werken.

Wat de provincie ook in de collectie heeft is een keramisch bord met een tekening erop. Ik ben met het beschilderen van borden begonnen omdat ik graag decoratieve randen teken. Dat vind ik veel beter werken op ronde oppervlakten dan op vierkante. Rond papier heeft voor mij iets gezochts en zo kwam ik op het idee om keramische borden te gebruiken.

De kleuren die ik gebruik zijn vaak helemaal niet mijn lievelingskleuren, het kunstwerk bepaalt veel meer welke kleur iets moet worden, intuïtie speelt daar een belangrijke rol bij. Ik gebruik bijvoorbeeld graag een poeder-lichtblauwe kleur, maar dat is ook een weeïge en onuitgesproken kleur. Geel pas ik ook graag toe, dat is dan weer veel meer een uitspraak. Het roept voor mij angst en heftigheid op.

Dat is moeilijk in een woord te vangen. Van tevoren heb ik nog niet helemaal in mijn hoofd wat het moet worden. Regelmatig verrast het mezelf wat er onder mijn handen tevoorschijn komt, maar het is nooit zomaar iets. Ik ervaar een innerlijk weten dat stuurt, een bron waaruit ik oneindig kan putten. Hoe dat gebeurt weet ik niet, maar het gebeurt. Ik ben een liefhebber van Art Brut, kunst die buiten de marges van de conventionele kunstwereld ontstaat. Daar voel ik mij verwant mee. Het wordt in de kunstwereld vaak als hermetisch gezien. Gelukkig is de scheiding tussen de kunstwereld en een andere wereld tegenwoordig niet meer zo scherp.

Eén van de terugkerende thema’s in mijn werk (je ziet het bij het bord en één van de zeefdrukken die de provincie bezit) zijn de hangende beentjes. Mensen vragen zich wel eens af of dat iemand is die zich verhangen heeft. Zo kijk ik er niet naar. Bij het bord zit er iemand in de boom, hij is los van de aarde en de hangende beentjes stralen voor mij hulpeloosheid uit. We staan tenslotte niet allemaal stabiel op de aarde, die thematiek houdt me wel bezig geloof ik.

Dat is een lastige vraag! Soms kan ik heel tevreden zijn over wat ik in het verleden heb gemaakt. Dan kijk ik ernaar als toeschouwer, alsof niet ik maar iemand anders het gemaakt heeft en dan constateer ik dat het toch wel heel goed is. Ik ben heel gelukkig met de collages die in de residency zijn ontstaan. Het heeft me verrast hoe zoiets in korte tijd kon ontstaan en hoe ik zo snel grip op materiaal en onderwerp had.

Eerlijk gezegd wist ik dat helemaal niet. Ik heb nooit documentatie bijgehouden waar mijn werk terecht is gekomen. Ik wil me eigenlijk alleen maar focussen op het maken en daarna doe ik er afstand van. Ik ken de collectie ook helemaal niet.

De plaats waar ik woon, Dieren, is niet belangrijk voor mij. We gingen hier uit praktische overwegingen wonen: dicht bij het station en een huis met twee ateliers. Maar ik kan niet zeggen dat ik me verbonden voel met Dieren. Natuurlijk vind ik het fijn om dicht bij de IJssel en bij het bos te wonen. De weidsheid van het rivierenlandschap en de geborgenheid van het bos, dat is echt uniek hier.

Het is best lastig om onderdeel uit te maken van de kunstenaarsgemeenschap in Arnhem, ik heb minder contacten dan ik zou willen. Het is toch een beetje ons-kent-ons in Arnhem.

Eigenlijk ben ik helemaal niet bezig met de toeschouwer. Ik maak kunst in eerste instantie voor mezelf. Ik heb ooit ontdekt dat ik kunst maak om er troost uit te putten, troost om het leven aan te kunnen. Ik vind het fijn als dat ook zo bij een toeschouwer werkt. Ik heb wel eens meegemaakt dat er mensen op slag ontroerd waren door mijn werk. Dat had wel impact op mij; het is bijzonder om mee te maken dat mensen verbinding kunnen maken met wat ik erin heb gelegd.