Provincies: vergunningverlening begint weer

8-10-2019 Luchtfoto natuurgebied

De 12 provincies hebben de voorwaarden vastgesteld voor het weer verlenen van vergunningen op basis van de Wet natuurbescherming. Dat betekent dat de provincies vanaf eind deze week vergunningaanvragen weer in behandeling nemen voor activiteiten waarbij stikstof vrijkomt. 

Stikstof is schadelijk voor de natuur, dus zijn er regels over hoeveel stikstof er maximaal in de natuur terecht mag komen. Dit was geregeld in het Programma Aanpak Stikstof (PAS). Maar de Raad van State oordeelde eind mei 2019 dat het PAS niet mag, omdat het schade aan de natuur niet voorkomt. Sindsdien ligt de vergunningverlening stil. 

Grote maatschappelijke urgentie

Het stilliggen van de vergunningverlening zorgt voor veel maatschappelijk onrust. Peter Drenth, gedeputeerde van Gelderland, namens de 12 provincies: ‘De provincies als bevoegde gezagen zijn zich bewust van de grote maatschappelijke urgentie om beweging te krijgen in de vergunningverlening voor activiteiten waarbij stikstof vrijkomt na de uitspraak van de Raad van State. Dit kan niet zo maar. De uitstoot mag niet toenemen, moet waar mogelijk zelfs verminderen. Daarom stellen we ook strikte voorwaarden door middel van de in alle GS-en vastgestelde juridische spelregels. Zo willen we recht doen aan de uitspraak van de Raad van State, want nieuwe vergunningen moeten wel juridisch houdbaar zijn. De samenleving staat nu stil. Het op gang brengen van de vergunningsverlening is een belangrijke eerste stap'.   

Geen toename

Toestemming voor activiteiten waarbij stikstof vrijkomt wordt nu mogelijk, zolang die activiteiten niet leiden tot een toename van neerslag van stikstof in natuurgebieden. Volgens de nieuwe regels moet in de aanvraag vooraf worden aangetoond dat uitstoot en neerslag niet toenemen. 

Over vergunningverlening

De nieuwe beleidsregels voor het verlenen van vergunningen leiden tot afnemende stikstofuitstoot door intern en extern salderen. Samengevat betekent dat:

  • Initiatiefnemers die aan kunnen tonen dat ze geen significante effecten hebben op Natura 2000 gebieden kunnen een vergunning krijgen. Zij kunnen dit door de uitstoot te beperken met schonere technieken of door te salderen. Bij intern salderen heb je al een vergunning. Daarbinnen mag je een bepaalde hoeveelheid stikstof uitstoten. Als je dan iets nieuws wil ondernemen, of je bestaande activiteiten wil veranderen, moet je zorgen dat de uitstoot niet toeneemt of zelfs afneemt.
  • Bij extern salderen maak je gebruik van de vergunning van een ander bedrijf dat wordt beëindigd. Die vergunning mag je niet volledig gebruiken, dus leidt dit tot een afname van de stikstofuitstoot en -neerslag.
  • Die projecten die wel effect kunnen hebben op de natuur zijn alleen mogelijk als ze van groot maatschappelijk belang zijn en er geen alternatieven zijn. Dan kunnen ze gebruik maken van de ADC-toets en de effecten compenseren.

Bronmaatregelen en gebiedsgerichte aanpak

Om te kunnen voldoen aan de natuurdoelen en om meer ruimte te maken voor nieuwe activiteiten met (beperkte) uitstoot zijn de provincies in overleg met het Rijk over het nemen van bronmaatregelen. Het kabinet heeft daarnaast de provincies een regierol toebedeeld voor een gebiedsgerichte aanpak van de stikstofproblematiek. Over de verdere invulling van het een gebiedsgerichte aanpak van stikstof zijn de provincies in overleg met het Kabinet. 

Op de website van BIJ12 komt meer informatie beschikbaar over de spelregels. Ook is er een helpdesk.

Terug naar nieuwsoverzicht