Herstelprogramma’s voor de Veluwe

We werken momenteel aan zogenoemde herstelprogramma’s om de natuur op de Veluwe te verbeteren. Dit is een gedetailleerde uitwerking van het N2000-beheerplan Veluwe.
Herstelprogramma’s voor de Veluwe

De verschillende herstelprogramma's op een rij:

In het herstelprogramma staat het verbeteren van de kwaliteit van droge en natte heiden, zandverstuivingen en heischrale graslanden centraal. Maar ook de leefgebieden van onder andere de tapuit, de nachtzwaluw en de boomleeuwerik. We betrekken terreineigenaren bij het opstellen van het herstelprogramma en organiseren zogenoemde gebiedssessies, waarbij we het gebied intrekken. Het proces van dit herstelprogramma loopt samen met het programma voor bossen vanwege de samenhang.

Bossen

Dit herstelprogramma gaat over oude eikenbossen en beuken eikenbossen. En de leefgebieden voor de bossoorten zoals zwarte specht en wespendief. Als inbreng voor het opstellen van deze herstelprogramma’s onderzocht Wageningen University & Research (WUR) wat de effecten zijn van te veel wild. Oftewel: Wat is de wilddruk, op de kwaliteit van boshabitats? En welke mogelijkheden er zijn om de wilddruk te sturen?


Het gaat niet goed met de oude eiken

De mineralenhuishouding en het bodemleven van de arme zandgronden waar eiken staan, zijn ernstig verstoord. Dit komt doordat de bodem verzuurd is. Het onderzoek van B-WARE met Radboud Universiteit beveelt aan om het toedienen van steenmeel op oude eikenbossen te onderzoeken. Daarom zijn we begin 2020 gestart met een proef om op 10 Veluwse locaties steenmeel toe te dienen. Deze proef moet aantonen dat de maatregel daadwerkelijk bijdraagt aan herstel. Daarna kan het op grotere schaal kan worden toegepast, dit stemmen we af met het Gelders bosbeleid. Aangezien bijna de hele Veluwe een Natura 2000- leefgebied is, begroeid met bossen.

We werken aan een herstelprogramma voor vennen en venen. Op de Veluwe ligt een groot aantal vennen en meer dan de helft heeft de bescherming van Natura 2000. Het merendeel van de vennen is niet gezond. Er is veel onderzoek nodig naar een duurzaam herstel van vennen. Op de Veluwe liggen naast vennen ook een klein aantal venen. Venen hebben, net als vennen, een zelfstandig en kwetsbaar systeem. Daarom werken we binnen dit herstelprogramma ook aan venen.

Er zijn gesprekken gevoerd met de terreineigenaren. We hebben samen met eigenaren van vennen en venen veldbezoeken uitgevoerd, om te bekijken wat we moeten doen voor een duurzaam herstel. Op deze manier kunnen we de kwaliteit, de leefgebieden en hun soorten verbeteren. En de leefgebieden uitbreiden. Waar mogelijk doen we mee met bestaande initiatieven. Zoals het Wisselse Veen in de gemeente Epe en de leemputten in Staverden.

 

Op de Veluwe en aan de randen van de Veluwe liggen diverse beken en sprengen (door mensen gegraven of verlegde beek) die Natura 2000-bescherming hebben. Beken zijn bijzondere leefgebieden (habitats) waar de beekprik en de rivierdonderpad graag zijn. Dit zorgt ervoor dat de drijvende waterweegbree goed groeit. In 2019 onderzocht bureau Ecogroen (in opdracht van ons en Waterschap Vallei en Veluw) de actuele staat van alle habitats en soorten. In dit rapport staan ook aanbevelingen voor herstelmaatregelen, om de staat van de soorten en habitats te verbeteren. Samen met de waterschappen werken we aan een herstelprogramma op basis van dit onderzoek.

Samen met de samenwerkingspartijen van Veluwe Alliantie werken we aan een recreatiezonering. Meer informatie hierover leest u in het e-magazine Recreatiezonering. Het plan van aanpak vindt u hiernaast. Voor de uitwerking van het plan hebben we een speciale pagina ingericht: recreatiezoneringopdeveluwe.nl.

Uitgevoerde onderzoeken:

Naast het opstellen van de herstelprogramma’s, onderzoeken we of bepaalde maatregelen effectief zijn voor het herstellen van de bodem. Want de bodem raakte uit balans en verzuurd door de neerslag van stikstof. Voor het herstellen van de natuur is het belangrijk dat de bodem herstelt. We kijken of het toevoegen van mineralen, zoals steenmeel of schelpenkalk bijdragen aan het herstel. Deze maatregelen zijn nog niet bewezen, daarom monitoren en onderzoeken we dit. Ook richten we ons op de wetenschappelijke bewijzen hiervan.
De rapporten van Sovon vindt u hieronder:

We hebben ook een onderzoek uit laten voeren, ter voorbereiding van de herstelprogramma’s. De resultaten hiervan helpen ons om betere keuzes te maken in het vaststellen van maatregelen binnen de herstelprogramma’s. Een voorbeeld is het onderzoek van Stichting Vogel Onderzoek Nederland (SOVON). Zij hebben gekeken naar mogelijke verbeteringen voor natuur en recreatiezonering, met betrekking tot de 7 vogelsoorten waarmee het slecht gaat.

Daarnaast hebben we een zogenoemd beoordelingskader laten opstellen. Hierin staan gegevens over de kwaliteit voor planten en dieren en hun leefgebieden. Hiermee meten we resultaten van de maatregelen waarmee we tevreden zijn. Wageningen Environmental Research (WenR) heeft dit ontwikkeld in samenwerking met Sovon Vogelonderzoek Nederland en Radbouduniversiteit Nijmegen. Speciaal voor de Veluwe!

Monitoring is een belangrijke manier om te weten of de verbeteringen die we in de natuur doen ook helpen. We vragen de uitvoerders van de maatregelen om de verloop te meten. En maken hierbij gebruik van een landelijk ontwikkeld meetsysteem.

Bijbehorende documenten: