Vraag en antwoord

Op 23 november 2021 organiseerden we een digitale informatiebijeenkomst over het concept Recreatiezoneringsplan. Ruim 160 mensen waren daarbij aanwezig.
Vraag en antwoord

Tijdens de bijeenkomst konden deelnemers vragen stellen in de chat. Een deel daarvan is tijdens de bijeenkomst beantwoord. Alle vragen en documenten hebben we in een document gezet. Dat kunt u rechts downloaden.

Daarnaast  staat hieronder een aantal veelgestelde vragen en antwoorden over recreatiezonering op de Veluwe. We hebben ze gegroepeerd naar thema. Door bij een vraag onder een thema op de + te klikken kunt u het vraag en het antwoord lezen.

Staat uw vraag er niet tussen? Neem dan contact met ons op.

Downloads

Veelgestelde vragen en antwoorden

Proces recreatiezonering

Het Recreatiezoneringsplan is onderdeel van het eerder vastgestelde Beheerplan Natura 2000. Besluiten over het zoneringsplan worden door het college van Gedeputeerde Staten (GS) genomen. In februari 2022 behandelt GS het Recreatiezoneringsplan, daarna volgt de zienswijzeprocedure waarna GS het plan vaststelt.

In het reactiezoneringsplan wordt een aantal zaken vastgelegd, waaronder de zoneringskaart en de systematiek van de maatregelen. Dit is ook de basis voor de maatregelen die in de toekomst genomen worden, als resultaat van een onderzoeksmaatregel of een nog lopend gebiedsproces.

Over het zoneringsplan, de kaart en de maatregeltabel kunnen zienswijzen ingediend worden. Eenieder heeft de gelegenheid om zijn of haar mening over het zoneringsplan aan het provinciebestuur kenbaar te maken. Ook kan men voorstellen tot concrete aanpassingen doen. De reacties worden gebundeld in een zienswijzenota en van antwoorden voorzien. Deze worden dan meegenomen bij het uiteindelijke besluit tot vaststelling door GS.

In het zoneringsplan zijn onderzoeksmaatregelen genomen op plekken waar nog nadere uitwerking nodig is. Er kan bijvoorbeeld sprake zijn van aanpassing van de maaswijdte of parkeersituatie in een gebied, de exacte invulling daarvan moet dan nog bepaald worden. In de maatregeltabel is nu al zo veel mogelijk beschreven wat de strekking van het onderzoek is. Vaak zullen belanghebbenden nog bij de uitwerking van het onderzoek betrokken worden.

Voor het uitvoeren van maatregelen die voortvloeien uit de onderzoeken of nog lopende gebiedsprocessen geldt dat ook andere procedures nodig kunnen zijn, bijvoorbeeld een vergunningprocedure voor het verleggen van een parkeerplaats. In dat geval is - ook na vaststelling van het zoneringsplan - formele inspraak nog aan de orde. Onderdeel van elke vergunningprocedure is de mogelijkheid om bezwaar te maken en in beroep tengaan bij de bestuursrechter.

In een aantal gebieden zijn de gesprekken over recreatiezonering afgerond. Op een aantal plekken lopen nog gesprekken. Daarover kunt u meer lezen op de gebieden-pagina.

Ook in deze gebieden werken grondeigenaren aan maatregelen  om de ambitie die op de kaart staat aangegeven te behalen. Onze inschatting is dat deze maatregelen minder ingrijpend zijn en 1 op 1 afgestemd worden tussen terreineigenaar en degene (bijvoorbeeld een ondernemer, gebruikersgroep of enkele inwoners) die ermee te maken krijgt. Heeft u toch een vraag, zorg of opmerking, deel deze met ons.

Natuur, recreatie en verstoring

Dat klopt. Ook door verdroging en neerslag van stikstof gaat de Veluwse natuur achteruit. Recreatiezonering is daarom één van de onderdelen van het beheerplan voor de Veluwe. De provincie werkt ook aan de stikstofproblematiek en verdrogingsbestrijding. Daarnaast werken provincie en terreinbeheerders aan herstelmaatregelen per soort natuurgebied, zoals heide, bos, en stuifzand. Door aan meerdere ‘knoppen’ tegelijk te draaien, kunnen we het grootste positieve verschil maken.

De provincie Gelderland werkt samen met de terreinbeheerders en gemeentes op de Veluwe aan de recreatiezonering Veluwe.  Als eigenaar van grote delen van de Veluwe is defensie daar nauw bij betrokken.

In ons contact met de gebruikers van de Veluwe krijgen we regelmatig vragen hoe recreatiezonering samen kan gaan met de laagvliegoefeningen van Defensie op de Veluwe. Alhoewel het hier niet gaat om recreatief gebruik, maar om het uitvoeren van een wettelijke taak, begrijpen we dat de oefeningen van Defensie (buiten hun eigen terreinen) vragen oproepen. Defensie oefent het hele jaar door. Een onderdeel van de training bestaat uit laagvliegen, wat in tien verschillende laagvlieggebieden verspreid over Nederland plaatsvind. Op de Veluwe oefent Defensie ook op de kwetsbare zandverstuivingen en heidevelden waarvan we willen dat delen tijdens het broedseizoen niet toegankelijk zijn ten behoeve van de daar broedende vogels. We zijn in gesprek met Defensie over hoe voorkomen kan worden dat daar vervolgens alsnog verstoring optreedt door oefeningen. Dit doen we parallel aan het traject van recreatiezonering.

Mocht u specifieke vragen of klachten hebben over defensieoefeningen dan kunt u daarmee terecht bij Defensie. Hiervoor zijn verschillende mogelijkheden.

‘De natuur’ is een breed begrip. Het gaat inderdaad niet over de hele linie slecht, maar wel met de soorten die gevoelig zijn voor stikstof en met de verstoringsgevoelige natuur. In het rapport “Hoe gaat het met de Gelderse Natuur” uit 2018 wordt het overzicht gegeven. In de samenvatting van het rapport wordt geconcludeerd: “De algemene afname van de biodiversiteit in Gelderland is gekeerd. Maar er zijn wel verschillen. Zo is de trend bij zoogdieren en libellen positief maar bij vogels zien we nog een matige afname. De sinds 1990 aanvankelijk nog afnemende biodiversiteit op heiden en in bossen is omgebogen in een stabiele situatie. Er is hier nog geen herstel. Dat komt omdat er enkele structurele problemen zijn die we nog onvoldoende hebben kunnen aanpakken. Dat betreft de depositie van stikstof, de aanpak van de verdroging en de achteruitgang van natuur en landschap buiten de natuurgebieden. Maar we moeten ook bedenken dat natuurherstel een proces van jaren is. In veel terreinen zijn de eerste tekenen van herstel zichtbaar maar is het volledige effect nog niet bereikt”. Ook zijn er verschillen per gebied, met name de verstoringsgevoelige vogel- en reptielensoorten van zandverstuivingen en heide staan nog onder druk.

De afname van plant- en diersoorten blijkt uit langjarige monitoring door de provincie. Daarnaast is voor enkele soorten specifiek onderzoek uitgevoerd om te kijken wat het effect van recreatieve verstoring op deze soorten is. Voor zeven vogelsoorten is dit onderzoek uitgevoerd door een consortium onder leiding van Sovon Vogelonderzoek Nederland. Uit dit onderzoek blijkt dat recreatiedruk tot 30% kan bijdragen aan de vermindering van de aantallen. De vogelsoorten worden gezien als gidssoorten voor andere soorten, die meeprofiteren van maatregelen voor de vogels.

Droogte is een van de drukfactoren die van invloed zijn op de toestand van de natuur op de Veluwe. De beide andere meest bepalende drukfactoren zijn stikstofdepositie en – voor verstoringsgevoelige soorten – verstoring. In het SOVON-rapport (2019) over de effecten van recreatie op 7 broedvogelsoorten wordt voor de boomleeuwerik geconcludeerd dat – voor het jaar 2008-2009 - ongeveer 30% van de achteruitgang van de soort te wijten is aan verstoring. Tevens wordt daar geconcludeerd dat dat voor de soorten van open gebieden waarschijnlijk nog hoger ligt. Sinds 2008-2009 is het bovendien nog eens aanmerkelijk drukker geworden op de Veluwe. Voor de soorten van open terrein (tapuit, duinpieper) speelt verstoring dus waarschijnlijk nog een aanzienlijk grotere rol. Wat de omvang van de schade door droogte is voor de Veluwe is op dit moment niet exact in beeld. In de N2000-herstelplannen voor de Veluwe die momenteel worden opgesteld wordt hier dieper op ingegaan. De afgelopen 3 droge jaren hebben met name voor de (grond-)waterafhankelijke natuur op de Veluwe tot aanzienlijke schade geleid. Zo vielen beken droog die voorheen altijd watervoerend waren.

De combinatie van drukfactoren maakt ook dat ingrijpen op alle fronten nodig is. Robuuste natuur die niet overbelast is door stikstof, waar het watersysteem op orde is, de voedselsituatie gunstig en waarin natuurgebieden voldoende met elkaar verbonden zijn, kan meer verstoring aan dan natuur die ook met deze andere problemen te maken heeft.

Roofdieren zoals havik en vos jagen op vogels. We noemen dit predatie. Het aantal roofdieren op de Veluwe is de afgelopen decennia niet toegenomen, zo zijn er veel minder haviken dan 20 jaar geleden. Ook is het jachtbeleid op vossen niet veranderd, het kan wel zijn dat er afgelopen jaar iets minder is gejaagd dan anders.

Omdat de natuurkwaliteit op de Veluwe achteruit is gegaan, is tegelijkertijd het aantal prooidieren verminderd. Soorten zoals duif en konijn komen tegenwoordig in veel kleinere aantallen voor en dienen daarom ook minder als prooi. Hierdoor wordt er door de roofdieren meer gejaagd op de beschermde soorten. De predatiedruk op die soorten is toegenomen. Om dit probleem aan te pakken worden door terreinbeheerders natuurherstelmaatregelen genomen die er voor moeten zorgen dat allerlei soorten (niet alleen de beschermde vogelsoorten) weer meer voorkomen op de Veluwe. Deze natuurherstelmaatregelen krijgen vanuit het Natura2000 beheerplan Veluwe de komende jaren een impuls.

De hele Veluwe is aangewezen als Natura 2000-gebied. Dat betekent dat de natuur hier overal zeldzaam en waardevol is. Niet alle planten- en diersoorten zijn even gevoelig voor recreatieve verstoring. Sommige planten herstellen goed nadat er op gestaan is, andere lopen ernstige schade op. Vogels die rusten in bomen, daar hun voedsel zoeken en hun nesten bouwen worden minder verstoord door recreanten dan vogels die op de grond rusten, broeden en eten. En in de ‘kraamtijd’ als er veel jonge dieren zijn, heeft verstoring groter impact dan op andere momenten. Met deze verschillen wordt in de recreatiezonering rekening gehouden door te kijken waar de meest verstoringsgevoelige soorten voorkomen en op welke momenten. De indeling in zones A t/m D is hierop afgestemd.

Dieren hebben rust en ruimte nodig om voedsel te zoeken, te broeden en jongen groot te brengen. Door de komst van recreanten en de recreatieve voorzieningen als paden en wegen, versnippert het leefgebied van de dieren. Daarnaast verstoren menselijke activiteiten het natuurlijk gedrag van dieren. Zo verlaten broedende vogels het nest als recreanten vlakbij passeren of pauzeren. Reptielen worden platgetrapt/gereden als ze een pad moeten oversteken. Of wordt groter wild overdag, door de aanwezigheid van mensen en loslopende honden buiten de paden, opgejaagd met soms een fatale afloop als ze een drukke weg overvluchten.

Er is niet één manier of wijze van meten geweest, het gaat om een samenstel van diverse waarnemingen. Op enkele plaatsen op de Veluwe  wordt het aantal recreanten gemeten met behulp van sensoren. Daarnaast zijn terreineigenaren zijn unaniem in hun oordeel dat het drukker is geworden in de meeste gebieden van de Veluwe (enkele van oudsher luwe zones daargelaten). Dit blijkt bijvoorbeeld uit de toegenomen parkeerdruk (parkeerplaatsen zijn veel vaker vol), uit gegevens die via Strava beschikbaar zijn over aanwezigheid van fietsers in de terreinen en uit eigen waarnemingen door beheerders en toezichthouders in de terreinen. Diverse recreatieondernemers signaleren ook dat het drukker geworden is rondom hun terreinen. Ook recreanten en bewoners geven aan dat het drukker is geworden. Er wordt momenteel gewerkt aan het opzetten van het monitoren van recreatiedruk.

Maatregelen en zoneringskaart

Recreatiezonering gaat alleen over dagrecreatie en niet over verblijfsrecreatie. Daarmee is een zonering van verblijfsrecreatieterreinen (campings en huisjesparken) niet aan de orde. In eerste instantie heeft een aantal eigenaren zelf aangegeven welke zonering wat hen betreft van toepassing is voor hun terrein. Daarbij heeft ook een aantal campings en huisjesterreinen en zoneringskleur gekregen. Dat wordt op de kaart aangepast.

Ook de bewoners van de Veluwe zijn zelf recreanten, al is het maar door een ommetje te maken met de hond. De zonering kan ook raken aan het gebruik van de Veluwe als eigen 'achtertuin'. Vandaar dat we in de gebieden waarin dit aan de orde is met de bewoners of vertegenwoordigers hebben gesproken of nog in gesprek zijn.

Delen van de kwetsbare Veluwenatuur zijn in het bijzonder gevoelig voor verstoring door menselijke activiteiten. We hebben in beeld gebracht welke delen dit zijn. De gebieden die daaruit kwamen willen we rustig houden of nog rustiger maken. In overleg met de natuurorganisaties en gemeenten is op basis van het onderzoek de concept-kaart gemaakt. Deze kaart laat zien welke zonering voor de natuur het beste zou zijn. Daarna keken we wat dat precies betekent voor het recreatief gebruik en welke maatregelen mogelijk en nodig zijn. Dat  deden we in overleg met bewoners en gebruikers. Het resultaat is de kaart zoals hij er nu ligt.

Financiering van recreatieve infrastructuur is geen onderdeel van de ontwikkeling van het recreatiezoneringsplan. De provincie heeft daarin ook geen bepalende rol. De opdracht om een oplossing te vinden voor de duurzame bekostiging komt van de VeluweAlliantie, de samenwerkende overheden, ondernemers, terreineigenaren en meer.

Nee, iedereen blijft welkom om te genieten van de natuur op de Veluwe. Maar we zoeken wel een betere balans tussen recreatief gebruik en natuur.

Om de recreatiezonering in de praktijk te brengen worden verschillende maatregelen voorgesteld. Naast voorlichting over en toezicht op het bezoek aan de natuurterreinen worden ook aanpassingen in de terreinen voorgesteld. Op sommige plekken worden recreatieve faciliteiten verbeterd, bijvoorbeeld door het routenetwerk te verbeteren, goede parkeergelegenheid en betere bewegwijzering. Op andere plekken worden maatregelen genomen om de natuur rustiger te maken, bijvoorbeeld het omleiden van een pad, het verminderen van verkeer op een zandweg of het verleggen van een recreatieve route.

De maatregelen worden genomen om de natuur daar waar nodig te ontzien en bezoekers te geleiden naar gebieden die tegen een stootje kunnen. We nemen daarin de diversiteit van de verschillende recreanten en hun specifieke recreatiebehoeften mee.

Ja, een terreinbeheerder mag zijn of haar eigendom altijd, ook zonder opgave van redenen, (gedeeltelijk) afsluiten voor publiek. Dat is geregeld in het eigendomsrecht. Een uitzondering geldt voor openbare wegen en openbare fiets- en wandelpaden. Dat kunnen ook zandpaden zijn maar de meeste fiets- en wandelpaden gelden niet als openbare weg.

Op de Veluwe zijn al diverse gebieden afgesloten zoals de oefenterreinen van defensie. Park de Hoge Veluwe is alleen tegen betaling toegankelijk. Daarnaast zijn er veel kleinere maar ook een aantal grotere particuliere eigenaren die hun landgoed om privacy redenen niet hebben opengesteld. Als een terrein niet is opengesteld voor publiek, dan ontvangt de eigenaar ook geen subsidie voor het natuurbeheer van dat terrein. In beginsel is openstelling een voorwaarde voor het ontvangen van deze subsidie. Alleen op grond van stevige ecologische redenen kan daar van worden afgeweken. Dat betekent overigens niet dat alles overal mogelijk moet zijn. De terreinbeheerders kunnen zelf bepalen door welke doelgroepen recreatie mogelijk is. En het staat een eigenaar altijd vrij om af te zien van subsidie. 

Veel terreineigenaren ontvangen naast de subsidie voor natuurbeheer ook een openstellingssubsidie waarvan het beheer van recreatieve voorzieningen bekostigd kan worden. De hoeveelheid paden op de Veluwe is echter veel groter dan de hoeveelheid waarop het subsidiebedrag is gebaseerd. De openstellingssubsidie is dan ook niet kostendekkend.

Overig

Inderdaad, nog lang niet alle bezoekers van de Veluwe houden zich aan de regels: er lopen mensen buiten de paden, er wordt gefietst op paden die daarvoor niet bedoeld zijn, honden lopen los waar dat niet mag, etc. Bij het beter naleven van de regels valt nog veel winst te halen voor het tegengaan van verstoring.

Toezicht en handhaving zijn belangrijk om het gebruik van de Veluwe in goede banen te leiden. Het aantal toezichthouders in de natuur is beperkt, zeker in relatie tot de toegenomen drukte op de Veluwe. Sommige terreinbeheerders werken met vrijwilligers die als gastheer/- vrouw in de natuurterreinen optreden en bezoekers uitleg geven over de natuurwaarden van een gebied, wat er te beleven valt en aan welke regels bezoekers zich moeten houden. Dat zijn mooie voorbeelden die steun verdienen. Op dit moment wordt door diverse partijen op de Veluwe, onder regie van de provincie, samengewerkt aan een nieuw handhavingsplan voor de Veluwe. Daarin wordt het tegengaan van verstoring door recreanten ook als aandachtspunt meegenomen. Voor verstoring door recreanten ook als aandachtspunt meegenomen. Voor terreineigenaren/-beheerders bestaat er verder de mogelijkheid om in het kader van het recreatiezoneringsplan extra toezicht aan te vragen, met name om te zorgen dat genomen zoneringsmaatregelen in de praktijk nageleefd worden en ook echt effect kunnen hebben.

Niet alleen toezicht en handhaving kunnen zorgen dat mensen zich houden aan de geldende regels. De stap die nog vooraf gaat aan toezicht en handhaving is communicatie en voorlichting: mensen bewust maken van de effecten van hun gedrag en van de regels die gelden in de natuurgebieden. Ook hieraan wordt via verschillende sporen, waaronder het recreatiezoneringsplan, aandacht besteed. Daarnaast is in het kader van de recreatiezonering nagedacht over een ander type inrichting van de kwetsbare terreindelen zodat recreanten zich makkelijker en beter aan de regels houden, doordat in de terreinen zelf duidelijk is wat wel en wat niet mag. 

Natuurbrandpreventie en natuurbrandbestrijding zijn belangrijke onderwerpen. Sommige paden in natuurgebieden hebben ook een functie als brandgang. Daarnaast is het belangrijk dat hulpdiensten in staat zijn om bij brand snel ter plekke te komen en dat er goede evacuatieroutes zijn. Op dit moment wordt in Gelderland gewerkt aan een gebiedsgerichte aanpak natuurbrandbeheersing. Dit gebeurt onder aanvoering van de Veiligheidsregio Noord- en Oost-Gelderland (VNOG) en de Veiligheid- en Gezondheidsregio Gelderland-Midden (VGGM). De keuzes die in het kader van recreatiezonering gemaakt worden in de inrichting van natuurterreinen worden afgestemd met de gebiedsgerichte aanpak natuurbrandbeheersing.

Als de provincie niets doet, dan handelen we in strijd met ons eigen besluit (het beheerplan) en voldoen we niet aan onze plicht om de instandhoudingsdoelen te halen. Dat is in strijd met de Wet natuurbescherming en de Habitatrichtlijn en kan leiden tot handhavingsverzoeken.

Inmiddels zijn er al meerdere rechterlijke uitspraken gedaan in het kader van vergunningverlening Wet natuurbescherming, waarin het belang van het halen van die doelen wordt onderstreept. Worden ze niet gehaald, dan kan voor activiteiten die effecten op Natura 2000 hebben geen vergunning meer verleend worden.

Dat is nodig op basis van het Beheerplan voor het N2000 gebied Veluwe; een besluit van GS (van januari 2018), waarin staat:

Het beheerplan bevat maatregelen om de instandhoudingsdoelstellingen te realiseren. De maatregelen voor de eerste beheerplanperiode zijn:

  • Natuurbeheersmaatregelen
  • Maatregelen in het kader van het Programma Aanpak Stikstof
  • Overige maatregelen, zoals o.m. het opstellen en uitvoeren van een recreatiezoneringsplan.

Omdat het gaat om een maatregel die nodig is om de instandhoudingsdoelen te bereiken  is het onontkoombaar om daar invulling aan te geven. Zo niet, dan handelt de provincie in strijd met het beheerplan, de Wet natuurbescherming en de Habitatrichtlijn.
 

De natuur op de Veluwe wordt  structureel gemonitord door de provincie en door terreineigenaren. De monitoring maakt zichtbaar hoe plant- en diersoorten op de Veluwe zich ontwikkelen. De recreatiezonering wordt uitgevoerd in het kader van het Natura 2000 beheerplan Veluwe. Elke 6 jaar vindt een evaluatie van het beheerplan plaats, waarin ook de uitvoering van de recreatiezonering wordt meegenomen.

Links en downloads

Uitvoeringsproject

Recreatiezonering is één van de uitvoeringsprojecten van het beheerplan Natura2000. In het project werkt provincie Gelderland nauw samen met gemeenten, natuurorganisaties en belangenorganisaties, verenigd in Veluwe-op-1.