Windmolens Gelderland vragen tijd en draagvlak

29-8-2018 man en vrouw poserend voor windmolen in weiland

Als plannen voor windmolens samen met omwonenden ontstaan, kunnen wevoldoen aan de landelijke taakstelling. De windparken Nijmegen en Deil laten zien dat procedures dan sneller gaan dan de doorlooptijden waar het Rijk mee rekent. Bovendien leiden technische ontwikkelingen tot windmolens met meer megawatt (MW). Hierdoor blijven we bij onze conclusie dat het tijdig realiseren van 230,5 MW niet onmogelijk is, wel lastig. Het deel van de taakstelling dat in 2020 niet is gehaald, zullen de provincies in de periode 2021-2023 verdubbeld realiseren. Dat heeft het IPO, de koepel van provincies, afgesproken met het Rijk.

Gelderland haalt 90%

De Monitor Wind op Land, die het Rijk jaarlijks naar de Tweede Kamer stuurt, concludeert dat we de taakstelling van 230,5 MW niet halen en op 90% komen (206 MW). Volgens de Monitor ‘doet Gelderland het relatief goed’. De Monitor geeft de stand van zaken weer van 31 december 2017. In de Monitor staat een inschatting van de kans dat de taakstelling wordt gehaald. Deze ging van 53% in 2016 naar 90% in 2017.

Inzicht en draagvlak door gesprekken

‘Onze aanpak werkt. Dat laat de snelle stijging zien’, aldus gedeputeerde Peter Drenth. ‘Als je samen met inwoners, bedrijven en organisaties bespreekt wat nodig én ruimtelijk mogelijk is om klimaatneutraal te worden, ontstaat inzicht en draagvlak. En dat is van groot belang gezien de enorme opgave waar we voor staan. Want we zijn niet klaar met de 230,5 megawatt en hebben veel meer duurzaam opgewekte energie nodig. Daarom gaan we die gesprekken als provincie nog meer ondersteunen.’ 

Regionale energie- en klimaatgesprekken

Rijk, provincies, gemeenten en waterschappen starten na de zomer met regionale energie- en klimaatgesprekken. Nederland wordt hiervoor opgedeeld in 30 regio’s, waarvan 6 in Gelderland. In elke regio moeten de genoemde partijen met elkaar besluiten hoe voldoende energie te besparen en hoe en waar voldoende energie op te wekken om in 2030 49% minder CO2 uit te stoten. 

Landelijke en regionale afspraken

Voor Gelderland is dat 55%. Dat hebben Provinciale Staten van Gelderland besloten. Over landbouw, mobiliteit en de energie-intensieve industrie komen landelijk afspraken. De regio’s buigen zich vooral over de opwek van duurzame energie, de energiebesparing in bedrijven en huizen en het aardgasvrij maken van de bebouwde omgeving. ‘Als provincie stellen we voor deze aanpak capaciteit beschikbaar op voorwaarde dat de regio’s dat ook doen. Zo werken we ook aan draagvlak en inzicht in wat mogelijk en haalbaar is’, aldus Drenth. Al die afspraken vormen input voor het nationale klimaatplan, waarmee Nederland bijdraagt aan het realiseren van de Parijs-doelstellingen voor het verminderen van de CO2-uitstoot.
Lees meer in de Statenbrief van 28 augustus 2018.

Terug naar nieuwsoverzicht