Gelderland blij met SER advies: balans in biomassa

8-7-2020

Duurzame biogrondstoffen vormen een waardevolle en essentiële bron voor een CO2-neutrale en circulaire economie. Daarvoor moeten de beschikbare grondstoffen zo hoogwaardig mogelijk worden ingezet en voldoen aan heldere duurzaamheidseisen. Kort samengevat is dit het advies van de Sociaal Economische Raad (SER) aan het Rijk. Aanleiding hiervoor was de aanhoudende discussie over gebruik van (houtige) biomassa voor opwekken van energie.

Jan van der Meer: “Ik ben blij met dit afgewogen SER advies waar veel (maatschappelijke) organisaties aan hebben meegewerkt. Ieder vanuit hun eigen perspectief. We hebben allemaal hetzelfde doel: een duurzame wereld. De urgentie om af te schakelen van fossiele energie is te groot. We hebben een klimaatcrisis. Dat vraagt erom dat we alle zeilen bij zetten.”

Gebruik biogrondstoffen zo nuttig mogelijk

Belangrijk onderdeel van het SER advies is het uitgangspunt cascadering. Eenvoudig gezegd: de biogrondstof -zoals hout- gebruik je allereerst en vooral voor wat het meest waardevol is. Hout gebruik je voor meubels of woningbouw. Een suikerbiet gebruik je voor suiker, het loof voor veevoer. En zo verder. Pas als je er echt niets meer van kunt maken, dan benut je het voor duurzame energie. Vooral voor warmte en stoom. Duurzame elektriciteit wekken we op met zonnepanelen en windmolens. De SER adviseert de laagwaardige inzet van biogrondstoffen af te bouwen om zo de hoogwaardige inzet te stimuleren. De toepassing van biogrondstof voor (hoge temperatuur) verwarming wordt als overbruggingstoepassing beschouwd, bijvoorbeeld in de overgang naar de inzet van geothermie en waterstof.

Overschakeling

In het SER advies ligt de nadruk op het benutten van biogrondstoffen als overbrugging en voor sectoren die moeilijk te verduurzamen zijn. Zoals transport en industrie. Daarnaast verwachten we dat biomassa voor het opwekken van warmte en stoom nu nog nodig blijft. Bijvoorbeeld voor de verwarming van oudere gebouwen of oudere binnensteden en de industrie. Maar over 30 jaar kan dit anders zijn. Tenslotte pleit de SER voor verdere ontwikkeling van een duurzaamheidskader voor biogrondstoffen. De SER ziet hierin een belangrijke taak voor de Rijksoverheid, maar benoemt ook de private certificeringschema’s die vaak verder gaan dan de wettelijke normen.

Jan van der Meer: ”In ons beleid staat - net zoals de SER adviseert- dat je biogrondstoffen niet van ver weg moet halen. We moeten vooral kijken naar lokale toepassingen en bouwen met hout. Ik zie lokaal kansen door zaken te combineren. Meer bosbouw, meer bomen planten in combinatie met landbouw. (Agroforestry) Zo stimuleren we duurzame landbouw, het is goed voor dieren en planten én we hebben meer biogrondstoffen die we goed kunnen benutten.”

Luchtkwaliteit

In het SER rapport wordt ook de luchtkwaliteit genoemd. “We moeten betere technieken inzetten om de luchtverontreiniging te verminderen. Daarover praat ik al regelmatig met eigenaren van bestaande biomassacentrales. Ik zie bereidheid om te investeren, maar dan moeten we deze bedrijven wel zekerheid bieden. In de Gelderse biomassacentrales is het niet aan de orde dat hele bomen in de biomassacentrale gaan. Daarom hoop ik dat met dit rapport de nuance terugkeert en we in volle vaart samenwerken aan een duurzame samenleving.”

Terug naar nieuwsoverzicht