Proef om aanrijdingen met reeën te voorkomen

6-6-2019 Zandbank langs de weg

Langs verschillende wegen in Gelderland en Utrecht zijn zandbedden aangelegd. Dit is onderdeel van een proef om te onderzoeken welke maatregelen het best werken om aanrijdingen met reeën te voorkomen. De proef gaat 4 jaar duren. Er is 24 kilometer weg in de proef betrokken: 6 kilometer op de Utrechtse Heuvelrug en 18 kilometer in de Achterhoek.

In de periode 2016-2017 zijn er in Nederland gemiddeld 6.300 reeën per jaar geregistreerd als slachtoffer van een aanrijding op verkeerswegen. De meeste aanrijdingen (35%) vinden plaats in maart, april en mei. Dan zijn reeën relatief actief. Doordat het aantal reeën nog steeds groeit, neemt ook de hoeveelheid aanrijdingen toe.

Extra onderzoek nodig

Provincies treffen verschillende maatregelen om aanrijdingen te voorkomen. Er is echter weinig bekend over het effect van deze maatregelen. Daarom liet BIJ12 dat onderzoeken. BIJ12 ondersteunt provincies bij onder andere natuur- en faunabeheer. Wageningen Environmental Research en Van Bommel Faunawerk deden het onderzoek. Ze keken naar het effect van 19 maatregelen. Twaalf worden in ons land toegepast. Dit zijn bijvoorbeeld rasters, faunapassages, wildreflectoren, waarschuwingsborden en het verlagen van de rijsnelheid. Ook het aantal reeën verkleinen door afschot is een maatregel. Uit het onderzoek blijkt dat van de meeste maatregelen niet precies bekend is in hoeverre ze de kans op aanrijdingen verkleinen. Er komt daarom aanvullend onderzoek.

Veldproef met 2 maatregelen

De komende 4 jaar wordt gemeten hoe goed 2 maatregelen werken. Dit gebeurt in de provincies Gelderland en Utrecht. Op zogenoemde ‘hotspots’ waar veel reeën oversteken, worden virtuele hekwerken geplaatst. Deze ‘hekken’ bestaan uit sensoren op paaltjes in de berm. Wanneer er koplampen op schijnen, geven ze een geluids- en lichtsignaal dat reeën afschrikt om over te steken. In Nederland wordt deze maatregel nog nauwelijks toegepast. De andere maatregel is het aantal reeën verminderen door gericht afschot in het gebied direct langs de wegen.

Eerst nulmeting

Beide maatregelen worden pas in de tweede helft van het onderzoek genomen. De eerste 2 jaar wordt de huidige situatie zonder maatregelen vastgelegd: een nulmeting. Daarvoor zijn sporenbedden aangelegd. Dit zijn zandstroken, meestal 100 meter lang, maximaal 2 meter breed en 15 centimeter dik. Twee keer per week worden in deze sporenbedden sporen afgelezen, daarna worden ze weer aangeharkt. Zo wordt gemeten hoe vaak reeën in de bermen staan en/of oversteken. Ook wordt gedurende de hele periode het aantal aanrijdingen bijgehouden.

Terug naar nieuwsoverzicht